Vrouwen in politieke functies

Beeld1Vrouwenindepolitiek

Het duurde tot 1917 voordat vrouwen passief kiesrecht kregen. Mannen hadden dat veel eerder, als ze maar aan bepaalde eisen voldeden. Politieke functies waren toen en nog lang daarna slechts voorbehouden aan mannen. Dankzij de strijd van vrouwen als Wilhelmina Drucker en Alletta Jacobs werd dit onrecht aan de kaak gesteld.

Wanneer kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer? Wie was dat en welke beroering bracht dat teweeg?


De eerste vrouw in de Tweede Kamer was de sociaaldemocratische Suze Groeneweg (1875-1940) in 1918. Ze werd bij de verkiezingen van 1918 door de SDAP (Sociaal Democratische Arbeidspartij) op een verkiesbare plaats gezet en kwam zo in de Kamer. Op aandringen van haar moeder was Suze in 1889 begonnen met een opleiding voor onderwijzeres. Haar moeder had zichzelf lezen en schrijven geleerd en vond het belangrijk dat ook haar dochter zich ontwikkelde. Haar vader vond het eigenlijk niet nodig dat zijn dochter zou gaan studeren maar hij legde zich er uiteindelijk bij neer. Suze werkte als onderwijzeres en werd in 1903 lid van de SDAP. In Rotterdam werd ze lid van het afdelingsbestuur en daar werd ze een geliefd spreekster op partijbijeenkomsten. Enkele jaren later werden er binnen de SDAP vrouwenclubs opgericht maar dat vond Suze maar niets. “Mijn ervaring is, dat als de vrouwen zich zelf maar op de voet van gelijkheid met den man plaatsen, zij ook volkomen als gelijken erkend worden.”

Toen Suze Groeneweg als eerste vrouw haar intrede deed op het Binnenhof, gaf dat wel enige beroering. Het mannenbolwerk moest wennen aan hun vrouwelijke collega. Ze kreeg in elk geval een eigen kleedkamer en de gang die daarnaar toe leidde heette het ‘Groenewegje’. Tijdens de eerste keer dat ze in de Kamer sprak, haar maidenspeech, zei ze zich verantwoordelijk te voelen om te laten zien dat vrouwen niet ongeschikt waren voor de politiek. Overigens, met de komst van de eerste vrouw in het parlement moest de aanhef van de Troonrede ook worden aangepast. Sinds het midden van de negentiende eeuw sprak het staatshoofd de Kamerleden aan met ‘Mijne Heren’ of woorden van dezelfde strekking. Vanaf 1918 veranderde dat in ‘Leden der Staten-Generaal’ zodat ook het vrouwelijke Kamerlid werd aangesproken.


Hoe ging de eerste keuze voor een vrouwelijke minister?



Marga Klompé werd in 1956 de eerste vrouwelijke minister voor de KVP (Katholieke Volkspartij) in het derde kabinet-Drees (1956-1959). Ze leidde het departement van Maatschappelijk Werk. Voordat Klompé minister werd had het derde kabinet-Drees (1952-1956) al de eerste vrouwelijke bewindspersoon; KVP-staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Anna de Waal.

Marga Klompé zat al sinds 1948 in de Tweede Kamer en was een zwaargewicht binnen haar partij en een vertrouwelinge van KVP-voorman Romme. Bij de eerste ministersvergadering van het kabinet liet premier Willem Drees in 1956 een orchidee voor haar in de Trêveszaal zetten. Klompé zat op een ongunstige plek tijdens de vergaderingen van de ministerraad, vlakbij een stoelpoot waardoor ze haar nylonkousen snel openhaalde. Toen ze dit een collega-minister vertelde, zorgde hij er voor dat de Rijksgebouwendienst de houten poot met plastic liet bekleden. Bij de eerste borrel van het kabinet sprak Klompé de legendarische woorden: ‘Dag jongens, ik ben Marga’. Daarmee doorbrak ze de traditie waarbij alle ministers elkaar wel tutoyeerden maar steevast met de achternaam aanspraken. Niet alle ministers waren hiervan gediend en de minister-president werd altijd met ‘Drees’ aangesproken.

Klompé stond haar mannetje en werd door de Kamerleden en haar collega-ministers gewaardeerd om haar inzet en kennis.

In Nederland is er nog nooit serieus sprake geweest van een vrouwelijke minister-president, net als overigens in de meeste omringende landen. Hoe komt dat?


Rita Verdonk is een van de weinige vrouwen die openlijk uitsprak premier te willen worden. De naam van Neelie Kroes circuleerde de afgelopen verkiezingen ook op gezette tijden maar zij stelde zichzelf nooit officieel kandidaat. Als je kijkt naar de kabinetten van de afgelopen veertig jaar dan blijkt dat het merendeel van de ministers man was. Voor een deel is het nog zo dat veel partijen bij het kiezen van kandidaat-bewindspersonen gebruik maken van het old-boys-network maar het is niet zo dat fractievoorzitters bij de formatie vrouwen simpelweg overslaan. Het blijkt dat vrouwen vaker ‘nee’ zeggen tegen een functie als bewindspersoon. Sommige vrouwen zeggen zichzelf niet genoeg geschikt te achten voor de functie. Wellicht hebben ze soms meer zelfkennis dan mannen. Andere vrouwen zeggen geen minister te kunnen worden vanwege de functie van hun man die bijvoorbeeld in het buitenland werkt. Voor andere vrouwen vormt het combineren van het gezinsleven met een ministerfunctie een beperking. Ook is het nog steeds zo dat het merendeel van de politici ‘man’ is en bij een formatie wordt er dan ook uit die vijver, met voor het merendeel mannen, gevist.

In de periode dat feministen als Jacobs en Drucker streden om gelijke rechten voor de vrouw was er al generatieslang sprake van een vrouw aan het hoofd van het koningshuis. Toch is van daaruit nooit een duidelijk politiek gevoerd om de weg voor vrouwen mede te helpen bereiden in de politiek. Heeft u daar een verklaring voor?

Dat klopt niet helemaal. Er is niet direct politiek gevoerd vanuit het koningshuis om vrouwen meer politiek actief te maken maar er is zeker wel sprake geweest van indirecte invloed vanuit het Huis van Oranje. Toen koningin-regentes Emma, in 1890 de kroon waarnam voor haar dochter Wilhelmina, kwam er voor het eerst een vrouwelijke vorst op de troon. In 1898 was Wilhelmina (koningin van 1898 tot 1948) oud genoeg om zelf de troon te bestijgen en werd zij een voorbeeld voor veel vrouwen. De inhuldiging van koningin Wilhelmina was een aanleiding om in Amsterdam een tentoonstelling te houden over de geschiedenis van vrouwenarbeid. Voor veel feministen was de troonopvolging door een vrouw een steun in de rug in hun strijd voor gelijke rechten voor vrouwen. Koningin Wilhelmina had vanaf 1913 veelvuldig contact met de vrouwenbeweging. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak zorgde ze dat het Vrouwenberaad ook zitting kreeg in het Nationaal Steuncomité. Ook in de Tweede Wereldoorlog werd Wilhelmina gezien als een sterke vrouw in een zeer turbulente tijd. Vanuit Engeland sprak zij via ‘radio Oranje’ Nederland toe. In haar radioboodschappen zette ze zich fel af tegen Hitler en de jodenvervolgingen. Als eerste vrouw kreeg ze de militaire Willemsorde voor haar ‘moed, beleid en trouw’.

Bij de laatste verkiezing was er nogal wat kritiek over de ondervertegenwoordiging van vrouwen op regeringsniveau. De regeringsleider pareerde de kritiek door te zeggen dat hij gekozen had voor kwaliteit en niet voor sekse. Betekent dit dat er weinig vrouwelijke kwaliteit is op politiek niveau?


Nee, zeker niet. Er loopt voldoende vrouwelijk talent rond. Misschien moet er soms gezocht worden buiten de politieke kaders. Er zijn bijvoorbeeld genoeg vrouwen uit het bedrijfsleven die ook een departement zouden kunnen leiden. Maar hierbij geldt ook dat vrouwen eerder een ministerspost weigeren. Ze zijn soms niet overtuigd van hun eigen kunnen. Of zien af van een baan als minister vanwege het feit dat hun man bijvoorbeeld ambassadeur wordt in het buitenland. Ook het hebben van een gezin kan een rol spelen. We zagen al dat politici als Wouter Bos en Camiel Eurlings besloten niet langer minister te willen zijn omdat dit ten koste ging van hun gezinsleven. Een baan als minister of staatssecretaris betekent tropenjaren. Je maakt lange dagen en als je ’s avonds thuis komt, staan er zogenoemde loodgieterstassen met allerlei stukken die nog gelezen moeten worden. Misschien moeten vrouwen meer overtuigd worden dan mannen maar dat betekent niet dat er geen geschikte ministeriabele vrouwen zijn. Als politieke partij kun je het tekort aan vrouwelijke bewindspersonen enigszins ondervangen door in een tijdig stadium op zoek te gaan naar geschikte vrouwelijke kandidaten. Je kunt dan direct een lijst aanleggen en die gebruiken tijdens een kabinetsformatie. Natuurlijk moet een partij wel altijd kiezen voor de beste kandidaat voor een bepaalde post. Een vrouw op een bepaald departement moet niet een excuus-Truus zijn maar er echt zitten vanwege haar kwaliteiten.
Beeld2Vrouwenindepolitiek



Tekst: Charlotte Brand
Beeld 1: Anne Tjin


Charlotte Brand is parlementair historica bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar werkt ze o.o. aan een proefschrift over afgetreden bewindspersonen tussen 1918-1967.