Op zoek naar een taal van heelheid en gemeenschappelijkheid

BoekAntjeKrogt



Naar aanleiding van Antjie Krog, Hoe zeg je dat?/Hoe sê mens dit?, uitgeverij Podium

Antjie Krog, Zuid-Afrikaans dichter en schrijver, heeft een imponerend oeuvre op haar naam staan, waarvan gelukkig veel in het Nederlands is vertaald en uitgegeven, dankzij de uitgeverijen Podium en Contact.
Poëzie schrijft Antjie Krog in haar thuistaal, het Afrikaans. Zij is opgegroeid als dochter van een boerenfamilie in Kroonstad, in de provincie Vrijstaat (de voormalige onafhankelijke boerenrepubliek Oranje-Vrijstaat, die in de Boerenoorlog tegen de Engelsen haar onafhankelijkheid verloor). Haar proza, dat voor een groot deel uit een mengeling van journalistiek en essayistiek bestaat, schrijft zij bijna altijd in het Engels, de dominante taal in het maatschappelijke en politieke discours in Zuid-Afrika.
In 2009 is bij Podium een nieuwe bloemlezing uit de gedichten van Antjie Krog verschenen, Hoe zeg je dat? In het onderstaande wil ik proberen eerst in het algemeen iets over de poëzie van Antjie Krog te zeggen, om daarna in te gaan op deze bloemlezing.

De bron van Antjie Krog’s dichterschap lijkt onuitputtelijk, haar energie onbegrensd. Al haar werk is een zoektocht naar nieuwe taal, taal die de vooroordelen, de minachting voor anderen, de haat, de onderdrukking van zich afgeschud heeft; taal die barrières overwint, die de gemeenschappelijkheid van mensen uitdrukt. Dit zoeken houdt ook in: een intense wil om de taal van de ander te verstaan.
De zoektocht speelt zich af in kleinere en grotere kringen (om het in sociologische begrippen uit de drukken: op micro- en op macroniveau): in de intimiteit van persoonlijke verhoudingen (verliefdheid, ouderschap, huwelijk, vriendschappen) en in het verkeer tussen zwart en blank. De twee grote dichtbundels die van haar in Nederlandse vertaling zijn verschenen, Kleur komt nooit alleen (Podium 2002, oorspronkelijk Kleur kom nooit alleen nie, 2000) en Lijfkreet (2006, oorspronkelijk Verweerskrif, ook 2006) weerspiegelen dit verschil in accent.
Kleur komt nooit alleen bevat overwegend politiek geëngageerde poëzie. Antjie Krog geeft stem aan slachtoffers van geweld, maar ook aan de mensen die hun vertrouwde wereld zien veranderen en zich daardoor ontheemd voelen; aan haar verdriet om “ons Afrika”, maar ook aan haar geloof dat elkaar verstaan in een taal van medemenselijkheid mogelijk is:

1

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt


9
hoe herken je het oude
met zijn racisme en slijm
zijn onveranderde bezittelijk voornaamwoord
wat is de verleden tijd van het woord haat

wat moet je met het oude
hoe word je jezelf tussen anderen
hoe word je heel
hoe word je vrijgemaakt in begrip
hoe maak je goed
hoe maak je schoon
hoe ver kan de tong overhellen naar tederheid
of de wang naar verzoening

een punt
een lijn die zegt: van hier af aan
van dit moment af
gaat het anders klinken
want al onze woorden liggen naast elkaar op tafel
bibberend van mensenkleur
(…)

(Uit de cyclus Land van genade en verdriet)

Verweerskrif/Lijfkreet is intiemer. In een interview in Trouw (22 mei 2006) vertelt Antjie Krog dat de gedichten ontstaan zijn toen zij op zoek ging naar poëzie over de ouder wordende vrouw, over opvliegers, het slapper worden van de huid, het verweerde lichaam, en moest constateren dat die niet te vinden was. Het is een prachtige bundel geworden, vol gedichten die je bij blijven juist omdat ze zo ‘gewoon’ zijn, zo dichtbij; verderop citeer ik uit een van deze gedichten. (Ik vind het wel jammer dat de Nederlandse titel niet eenvoudig Verweerschrift is: deze gedichten beschrijven de verwering van het lichaam, en zijn tegelijkertijd een verweer, niet tegen het ouder worden, maar tegen het ontkennen van de waarde ervan, tegen de dictatuur van het jong-moeten-blijven.)
Hoe zeg je dat is een door Antjie Krog zelf verzorgde keuze uit haar persoonlijke gedichten. Ook uit eerdere, nog niet in het Nederlands vertaalde bundels zijn gedichten opgenomen. Gezien het gekozen accent is Kleur komt nooit alleen slechts met een drietal gedichten vertegenwoordigd; uit Verweerskrif/Lijfkreet zijn er veel meer geselecteerd, waaronder het titelgedicht “Hoe zeg je dat/Hoe sê mens dit”:

…     het gaat je bij seks niet meer
om jezelf, maar om mij     het gaat
je niet meer om de voortplanting, maar je

wijdt je in alle rust aan mij – in
deze schat aan ervaring strek ik me uit. het is
alsof je dieper in me gaat, ik stiller word, alsof we
met grotere heelheid klaarkomen, hoe verzet je

je tegen de gemakkelijke uitweg die oud worden slechts
tot metafoor van de dood verstomt? hoe en waarmee
kom je aan de woordenschat van de ouderdom?

De bloemlezing eindigt met de cyclus Waar ek jy word/waar ik jou word, geschreven voor Gedichtendag 2009 en door Podium ook afzonderlijk uitgegeven, grandioze poëzie waarin Antjie Krog’s verlangen naar een taal van heelheid en gemeenschappelijkheid op nieuwe wijze wordt verwoord:

4
overweldigd door ons
vermogen om vast te houden
op deze kneedbare aardmantel

kan ik niet niet-jij zijn
jij niet niemand-zijn
wij niet nergens zijn

het ongehoorde behorende woord
niet niet-gezegd worden door ons

mijn hart hapert – gewichtlozer dan te voren
maar overbrugbaar

daar waar ik anders ben dan jij
begin ik     het is waar

maar daar waar ik jou ben
jou geworden ben     zing ik buiten mezelf
lichte polsslagen kwikzilverzingend
iets voorbij de hele mensheid gekaatst

8

kom!   laat een woord dwars door je heen komen
laat meer dan mij komen
meer dan de ondermijnende mijne
de meinedige mijne
de eindeloos ikkerende ik
laten we     onvergloeid naakt
onberoerd     wat we nooit
alleen hadden kunnen zijn worden

Alle in het Nederlands vertaalde bundels van Antjie Krog zijn door Podium tweetalig uitgegeven, met de Afrikaanse gedichten op de rechterpagina. De vertalingen van Robert Dorsman en Jan van der Haar zijn voorbeeldig en hebben veel van de klankrijkdom van de oorspronkelijke gedichten behouden, maar het is ook prachtig om ze in het Afrikaans te lezen. Nog mooier is het om ze te zien en horen voordragen door Antjie Krog zelf. Wie haar in levende lijve het gedicht “Narratief van klip” uit Kleur kom nooit alleen nie (in vertaling: “Steenvertelling”) heeft horen lezen, zal dat niet gauw vergeten. In 2003 is de bloemlezing Wat de sterren zeggen. Antjie Krog leest voor verschenen, met CD; “Narratief van klip” ontbreekt gelukkig niet (herdruk in paperback in 2009, met een woord vooraf van Tom Lanoye).


Tekst: Geert Koefoed