Wat ik zie, vertaal ik in kunst


Bk1










Beeldend Kunstenaar Anneke Herrold, geboren in Nederland maar gevormd in de Verenigde Staten, woont en werkt tegenwoordig in Hoorn. In Nederland mist ze een traditie van werken met textiel.

Wat was je laatste werk en hoe ben je ertoe gekomen?

Lijstjes of bakjes gevuld met mixed-media of collagewerk. Ik heb nu een serie van tweeluiken. Voor mij voelt het alsof ik dagboeken met onleesbaar schrift maak. Ze zijn niet groot maar ja, ik woon tegenwoordig in een klein huisje met een zolderkamertje als atelier. Klein werken voelt nu even beter en de lijstjes passen ook lekker in een koffer. Een constante bron van inspiratie vanuit woning en atelier is het uitzicht op de Hoornse Hop.

Wat voor soort materiaal gebruik je en wat zijn je thema's?

Met textiel kan ik me het best uiten. Ik gebruik allerlei materialen die ik verzameld heb, zoals draden, stoffen, kralen, knopen. Soms gebruik ik zelfgeverfde of geweven stof maar ik gebruik ook stof van anderen. Het werk is abstract en verwijst naar thema's als vergankelijkheid of naar het idee van binnen/buiten.

Wat is dat voor een idee?

Het idee van binnen/buiten gaat samen met het idee van het venstermotief. Het is zoals door een venster kijken. Dat roept vragen op, zoals: ben ik binnen of buiten? Ben ik opgesloten of vrij? Soms verwerk ik daarin kaders die weer binnen andere kaders vallen. Dan is het net of een ontwerp wordt omgeven door een lijst of een raam waar je door
BK2
naar binnen kijkt. Het venstermotief maakt die ideeën en gewaarwordingen nog sterker. In het werk dat hier te zien is (zie beeld), zijn die concepten van binnen/buiten en het raam, het kader duidelijk te zien.
Het meeste werk is vlak maar soms is het driedimensionaal. Het hangt tegen de muur. Er zijn vaak meerdere lagen, letterlijk en figuurlijk. Structuren, patronen en kleuren van de natuur zijn meestal aanwezig.

Hoe ziet je oeuvre er tot nu toe uit?

Al sinds de 70'er jaren werk ik met textiel. Toen ik in Kansas mijn kunstopleiding deed, schilderde ik. Maar voor mijn eindexamenexpositie had ik werk dat ik had gemaakt van verweerde dekhoezen voor maaidorsers.  Dus een beetje zoals quilts en geïnspireerd door Robert Rauschenberg en Pop Art. Na die tijd wist ik dat textiel een goed uitdrukkingsmiddel voor mij was. Ik zou mijn werk eigenlijk constructies kunnen noemen omdat ik eerst stukken stof maak of bewerk en ze dan aan elkaar zet om een groter geheel te maken. In mijn werk zie je drie lijnen: art quilts, geweven en vervilte wandkleden, en kleinere mixed-media werken in lijstjes.

Als kind van tien emigreerde je met je ouders van Friesland (Nederland) naar Amerika? Welke plaats nam kunst in je leven in voor het vertrek?

Voor de emigratie zat ik niet in een milieu waar kunst een rol speelde .Wel keek ik altijd uit naar de tijd dat we mochten tekenen en dat we handenarbeid hadden op de lagere school. Met het gezin migreerden we van een klein Fries dorpje, Kolderwolde, naar de grote ruimte van de prairie in Kansas. Amerika was voor mijn familie het land met grote kansen. Kunst was luxe. 

Hoe kwam je er in Amerika toe om een kunstopleiding te gaan volgen?

Als emigrantenkind had ik een sterke drang om succesvol te zijn. Al hield ik van tekenen, ik dacht eerst dat ik in de kunst geen carrière kon maken. Maar gelukkig volgde ik toch een cursus tekenen naast andere vakken op de hogeschool en toen kreeg ik het advies om een opleiding art education te volgen. Na jaren lesgeven heb ik later op Indiana University een diploma Master of Fine Arts gehaald en daarmee kon ik docent op Interlochen Arts Academy in Michigan worden. Ik was docent tekenen, Color and Composition, en Fiber Art.

Hoe combineerde je het docentschap en het beeldend kunstenaar zijn? Wat was de invloed van het een op het ander?

Als je docent beeldende kunst bent in de VS, wordt er gewoon verwacht dat je ook je eigen werk maakt en exposeert naast het lesgeven. Er zijn heel veel galeries in hogescholen en universiteiten waar je dan wordt uitgenodigd. Soms voor groepsexposities maar ook voor exposties van één kunstenaar, soms in textielexposities maar ook voor exposities waarvoor uit meerdere kunstvormen geselecteerd wordt. In de VS zijn de grenzen tussen de verschillende media niet zo sterk meer. Ik exposeerde het meest in Kansas, Indiana en Michigan, drie staten waar ik heb gewoond en dan niet alleen in scholen maar ook in musea zoals Indiana State Museum en Wichita State Museum.

Tegen werk van textiel wordt in Nederland anders aan gekeken dan in Amerika. Wat zijn de verschillen en welke invloed heeft dat op jou?

In Nederland is het misschien wat moeilijker voor kunstenaars die met textiel werken, omdat er hier zo'n sterke handenarbeidtraditie is en het niet als kunst gewaardeerd wordt. In de VS is art education een vak op de lagere scholen en alle media besteden er aandacht aan, evenals aan folkart en outsider art. Eigenlijk weet ik niet zoveel over kunstacademies in Nederland, maar ik heb de indruk dat textielkunst hier nu meer op mode en vormgeving is gericht. De splitsing tussen amateurkunst en professionele kunst is ook veel sterker in Nederland dan in de VS. Voor een nieuwkomer is dat soms verwarrend.

Werken met textiel is erg gangbaar in de Arabische wereld maar ook in Afrika. Ben je met dat werk bekend en wat vind je ervan?

BK3

Toen ik mijn mastersopleiding deed waren de opdrachten vaak om de textiel van andere culturen te bestuderen. We leerden oude technieken maar dan moesten we ze gebruiken om hedendaagse kunstobjecten te maken. Kente stof van Ghana, shibori uit Japan, borduursels van Afghanistan, en viltwerk uit Turkije maakten een grote indruk op mij en ik heb er mijn eigen interpretaties van gemaakt. Nederland heeft fantastische musea zoals het Museum van Volkenkunde in Leiden waar ik graag naartoe ga en waaruit ik dan opgeladen terugkom.

Wie zijn je inspiratiebronnen en waarom?

Amerikaanse kunstenaars zoals Richard Diebenkorn en Jack Tworkov. Vanwege de lijnen, het kleurgebruik, het eenvoudige. Anselm Kieffers werk vanwege zijn gebruik van verschillende materialen. Ik kijk altijd graag naar werk van oude meesters zoals Matisse, Kandinsky, en Picasso en dat kan gemakkelijk in Nederlandse musea. Eigenlijk zijn mijn inspiratiebronnen tegenwoordig niet zozeer werk van mensen, maar wat ik overal zie in de natuur, in de steden, in dingen. Ik vertaal het dan weer op mijn eigen manier in mijn kunst.

Wat zijn je plannen op kunstgebied voor de nabije toekomst?

Ik zou eerst naar Nederland komen voor een sabbatical, maar uiteindelijk werd het om de liefde. Inmiddels ben ik getrouwd met een Nederlandse man en we wonen samen in Hoorn. De kans op fame and fortune in Nederland lijkt me voorbij. Nu gun ik mezelf de tijd om te doen wat ik wil. Ik hoef geen les meer te geven. Het is heerlijk te reizen om inspiratie op te doen, om de tijd te hebben spullen voor mijn kunst te verzamelen. Promoten van eigen werk neemt veel tijd, maar ik heb werk in een galerie in Easton Gallery in Pennsylvania hangen. Ik ben wel tevreden met de contacten die ik nu heb in Nederland en met het exposeren in kleinere ruimtes en kerken, al mis ik de grote witte muren van Amerika.


Tekst: Anneke Herrold en redactie
BK Anneke
Beelden: Anneke Herrold




aherrold123@hotmail.com
www.squidattack.com/aherrold