Vera de Vries en Eliane Mesman in gesprek over Vervlochten grenzen van Marion Bloem
Vera de Vries en Eliane Mesman in gesprek over Vervlochten grenzen van Marion Bloem
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 978 90 295 7158 6
288 blz.
Vera de Vries (54) is getrouwd met een Nederlandse man en moeder van twee kinderen die trots zijn op hun restjes Indisch bloed. Het heeft hen in meerdere opzichten een prachtige kleur gegeven. Na de capitulatie van Japan en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd koos haar Nederlands-Indische moeder noodgedwongen voor een toekomst in het voor haar onbekende Nederland. Zij was toen zeventien jaar. Vera's vader had haar moeder ontmoet als Nederlands dienstplichtig militair die in opdracht van de Nederlandse regering ‘orde en vrede’ moest herstellen in Indonesië. Vera is de tweede dochter van deze twee voor haar nog altijd uiterst boeiende mensen, die hun culturele grenzen na de oorlog vervlochten in een nieuw Nederlands bestaan. Haar jarenlange ervaring als docent tekenen en schilderen en beeldend kunstenaar zet zij momenteel in voor een cultureel centrum en kunstbedrijf.
Eliane Mesman (55) heeft twee Indische ouders. Zij heeft een jongere en een oudere broer. Haar ouders hebben elkaar in Indonesië leren kennen toen ze heel jong waren. Zij zijn inmiddels meer dan 58 jaar getrouwd. Eliane heeft twee kinderen. Haar dochter heeft duidelijk Indische trekken, haar zoon veel minder. Als zij buiten Europa reist weten mensen vaak niet waar zij vandaan komt. In Zuid-Amerika valt zij niet op. In Azië evenmin. Zij voelt zich een wereldburger. Zij is werkzaam als coördinator van inburgeraars.
Vervlochten grenzen
De titel verwijst naar een vervlochten familiegeschiedenis, in heden en verleden. De rode draad in het vlechtwerk is het levensverhaal van opa Portier die betreurt dat hij als Indo indertijd niet voor de onafhankelijkheid van zijn geboorteland heeft gevochten. Liever had hij zich tegen Nederland gekeerd en was hij met zijn vrouw in Indonesië gebleven.
De achttienjarige Senne, opgegroeid in Jakarta, besluit na haar eindexamen zich in Nederland te verdiepen in het leven van haar opa. Zoals de meeste Indische familiegeschiedenissen bestaat het boek uit meerdere lagen en scherven. De scherpe randen van de scherven veroorzaken pijn bij de hoofdpersonen. Zij ondergaan hun lot en houden hun pijn zwijgend verborgen in hun hart, schilderijen en ‘geheime’ teksten.
Het gesprek tussen Eliane en Vera
Wat betekent de schrijfster Marion Bloem in je leven?
Eliane: Ik ben niet zo bewust bezig geweest met Indische literatuur. Hoe dat komt weet ik niet. Het zit niet zo in me. Waarschijnlijk heb ik me er toch wel voor afgeschermd, omdat het thuis taboe was, een item waar je niet over sprak. De laatste tijd is dat wel veranderd. Nu opent zich dat langzaam. Tja… je ouders zijn niet onsterfelijk. Mijn vader heeft het wat meer over zijn leven in Indonesië en zijn jeugd. Zo heeft bijvoorbeeld Indische duinen van Adriaan van Dis daardoor meer herkenning bij mij opgeroepen. De vaderfiguur in deze roman vertoont overeenkomsten met mijn vader. Ik zag in de veeleisende vader met de extreem hoge verwachtingen veel gelijkenis met mijn eigen vader en kon hem daardoor eigenlijk ook beter begrijpen. Dus door Indische literatuur is voor het eerst een beetje herkenning en begrip ontstaan.
Vera: In ons huis stond altijd al Indische literatuur. Mijn vader was journalist en mijn beide ouders verzamelden vooral Indische boeken van onder anderen P.A. Daum, Hella Haasse, Maria Dermout, Rob Nieuwenhuys, Mochtar Lubis, Pramoedya Anata Toer, Rudy Kousbroek, Jeroen Brouwers, Theodor Holman én Marion Bloem. Bij Geen gewoon Indisch meisje van Marion Bloem voelde ik mij voor het eerst erkend als Indisch meisje/vrouw. Ik begon mij serieuzer te verdiepen in mijn Indische achtergrond en familiegeschiedenis en de betekenis daarvan voor mij als volwassen Indische vrouw. Door haar scherfachtig beeldende schrijfstijl en haar thematiek vielen voor mij legstukjes van een puzzel op hun plaats. Elk persoonlijk puzzelstukje, elke scherf van mijn familiegeschiedenis ben ik daarna gaan onderzoeken en heb ik aan elkaar proberen te lijmen. Zoals Senne uit Vervlochten grenzen in haar verhaal ook doet. Dit heb ik in eerste instantie vooral beeldend gedaan, later ook schrijvend en dichtend. Mijn Indo-Europese achtergrond mocht er nu zijn. Marion Bloem gaf daarvoor de ruimte en het voelde als steun in de rug. Veel later ontdekte ik pas dat zij ook kunstenaar is. Ik schrok bij het zien van haar werk, van de herkenning in thema’s en werkwijze.
In Bloems boeken vond ik ook begrip en herkenning voor mijn eigen vaak verwarrende ervaring dat ik als ‘begerenswaardige, exotische’ vrouw werd gezien. Ik wist daar niet goed raad mee. Het bracht mij in conflict met mijn eigen integriteit. In hun omgang met Aziatische vrouwen gedragen veel mannen zich tot op heden koloniaal. Voor mijn identiteitsontwikkeling is Bloem heel belangrijk geweest: ik ben beter in staat gesteld mijn grenzen als Indische vrouw aan te geven.
Van jongs af aan wilde ik al familiegeheimen ontrafelen. Deze honger kwam weer naar boven door Indische literatuur, niet alleen van Bloem. Ik probeerde mijn familiestamboom te achterhalen in de vrouwenlijn. Met mijn moeder sprak ik over de betekenis van een Indische vrouw te zijn en haar oorlogservaringen als jong meisje in het naoorlogse Indonesië. Ik realiseerde me toen pas dat ik als Indische vrouw heel anders gesocialiseerd ben dan als Nederlandse. Ik begreep dat haar oorlogsverhaal in het Nederland na de oorlog geen ruimte en erkenning kreeg en daardoor voor mij ongewild diep had doorgewerkt in mijn persoonlijke ontwikkeling. In ons gezin werd het Indië van onze ouders een belangrijk gespreksthema. Als beeldend kunstenaar stond ik mijzelf in die tijd (dus jaren nadat ik in Amsterdam de Rietveldacademie afgerond had) mijn Indische ‘teken en schilderhandschrift’ toe. Daarin kon ik een heel andere, ik noem het ‘Indische motoriek’ laten zien: kleine en fijne symbolen. Het grotere westerse gebaar waarmee ik op de academie had geleerd te schilderen en eigenlijk zo slecht bij me paste mocht naar de achtergrond en ik voelde me vrij om mijn inspiratie vanuit mijn Indo-Europese achtergrond te halen en in mijn beeldtaal te laten zien.
Wat heeft het boek bij je losgemaakt?
Eliane: Ik vond het confronterend. Het straffen met sambal, de harde aanpak. Maar ook de bewustwording van de invloed van de cultuur van mijn Indische ouders op mijn eigen doen en laten. Het eten van nasi kuning op verjaardagen, respect voor ouderen. Het niet uitspreken van liefde. Indirect communiceren. Het contact met de doden.
Vera: Bloem beschrijft de omstandigheden waarin mijn eigen Indische opa als KNIL-militair verdronken is. Hij was als KNIL-krijgsgevange op transport naar Japan en ook zijn schip werd gebombardeerd. Ik had daar geen beelden bij, maar heb die nu wel. Pas in 1978 wist ik dat mijn opa dood was. Toen kwam het bericht van de oorlogsgravendienst dat mijn opa in 1941 al verdronken was. Tot die tijd hadden we als familie een vermiste maar toch levende opa. Als kind heb ik altijd het gevoel gehad toch ergens een geheimzinnige opa te hebben en eigenlijk heb ik nog steeds het gevoel dat hij bij mij is.
Het is alsof Bloem in dit boek delen van mijn eigen familiegeschiedenis schrijft. En net als bij Geen gewoon Indisch meisje voel ik me weer zeer verbonden met de hele thematiek. De drang naar waarheidsvinding voel ik net als Senne sterk. Mijn naam is Vera. Dit betekent toevallig net als Senne ‘waarheid’. Ik voel ook de dreiging van de islam en heb dat op mijn reizen in Indonesië ook sterk ervaren. Mijn zorg en angst voor terrorisme ervaar ik niet alleen in Indonesië, maar ook in Nederland. Onze vrijheid als vrouw wordt in de (radicale) islam beslist niet gerespecteerd en ik voel dat onze zo duur bevochten vrijheid van meningsuiting en kernwaarden als vrouw serieus worden bedreigd. Senne maakt een bewuste keuze en neemt afstand van de terroristische ideologie van haar vriend door die vriendschap tenslotte toch te verbreken.
Eliane: Bloem schrijft beeldend. Zij schrijft als een schilder, waardoor je de beelden ziet. Bijvoorbeeld bij de vliegers. Dit boek heeft Vera en mij teruggevoerd naar onze gezamenlijke jeugd als vriendinnetjes. Als kleuters zien we onze moeders nog samen staan op het schoolplein als ze ons ophaalden als enige twee Indische moeders. We springen touwtje en onze moeders slingeren aan het touw. Door onze gezamenlijke geschiedenis vlechten onze herinneringen zich weer samen.
Tekst: Vera de Vries en Eliane Mesman

