Prachtig transparant
R. STRAUSS: “POESIE” (Liederen met orkest). Diana Damrau; Münchner Philharmoniker; Christian Thielemann. Virgin Classics 5099962866408.
De meeste sopranen die een reputatie als Stratusspecialiste genieten, hebben zich op de zwaardere hoofdrollen geconcentreerd. Leonie Rysanek bijvoorbeeld, voor velen de belichaming van een echte Stratussopraan, heeft zich geconcentreerd op dramatische rollen zoals Salome, Chrysothemis, Ariadne, de Kaiserin in Die Frau ohne Schatten, enzovoorts. Alhoewel Diana Damrau een veel lichter stemtype bezit, mag zij, zoals zij zelf aangeeft in haar eigen inleiding uit het boekje dat deze opname begeleidt, absoluut ook een specialiste in dit vak heten. Haar optredens als Zerbinetta zijn wereldberoemd en ze heeft bovendien nog vijf andere rollen uit vier opera’s van Strauss op haar repertoire staan. Deze enorme ervaring is duidelijk te horen in haar nieuwe recital van Straussliederen.
Zowel haar repertoirekeuze als haar interpretatieve benadering is zeer zorgvuldig doordacht. Omdat ze een lichte sopraan is, heeft ze heel verstandig niet de zoveelste versie van de Vier Letzte Lieder aangeboden. Sommige lichtere sopranen zijn er wel eens in geslaagd om deze stevige werken eigen te maken, onder andere Lucia Popp, die een aantal memorabele versies neerzette. Maar zoiets gebeurt meestal in de latere fases van een carrière, en de nog jonge Diana Damrau is zich er zeker van bewust dat het beter is naar zulke momenten toe te groeien. Dus heeft ze een originele en meer waardevolle keuze gemaakt voor het hoofdstuk van haar programma: de zes Brentano-Lieder, op. 68. De diversiteit van stijlen en vocale eisen van deze boeiende liederen zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen dat ze betrekkelijk verwaarloosd zijn. Voor Amor is bijvoorbeeld een Zerbinettatype vereist, terwijl een lied zoals An die Nacht meer de vocale eisen stelt zoals aan een Marschallin of de Gravin in Capriccio. Maar Damrau voldoet hier met gemak aan alle technische eisen, zowel in de Brentano-stukken als in de overige 15 liederen van haar programma. Haar legato is heel mooi, en ook al heeft haar stem de neiging iets aan kleur te verliezen op forte hoge tonen, deze tendens is veel minder aanwezig dan in eerdere opnames van haar. Haar piano zingen, zoals aan het begin van Freundliche Vision is prachtig transparant, en het is een genoegen om te horen hoe vlekkeloos zij omgaat met haar moedertaal. Zulke glasheldere dictie wordt zelden gehoord bij hoge sopranen. (Een enkele keer wordt het zelfs iets te veel van het goede. Aan het einde van Traum durch die Dämmerung, had ik liever de laatste zin in een serene legato gehoord in plaats van de afgebeten “mildeSSS, blaueSSS Licht” die zij zingt.
Diana Damrau heeft hier een uitstekende partner in de dirigent Christian Thielemann, die zelf een Straussspecialist van formaat is. Samen zorgen zij voor een gevoel van enorme breedte in deze muziek, gedragen en spannend tegelijk. Slechts een enkel lied overtuigt niet helemaal. De flitsende Amor maakt een wat logge indruk, de schitterende hoge D aan het eind ten spijt. Ik herinner me bijvoorbeeld dat Beverly Sills veel lichtvoetiger en fantasierijker was in deze aria, en dat haar triller beter was. Desalniettemin, als je het rijke, fluweelachtige spel van het Müncher Philharmoniker aan alle eerdere genoemde kwaliteiten toevoegt, komt dit gewoon als een meesterlijk recital uit de bus. Voor mij is het Diana Damraus meest indrukwekkende prestatie tot nu toe.
Tekst: David Barick
