Opvallend proza

Hitte van het bloed

Irène Némirovsky
ISBN 978 90 445 1994
Uitgeverij De Geus

Het manuscript van Hitte van het bloed werd door de schrijfster ondergebracht bij familie en vrienden voordat ze in 1942 werd gedeporteerd naar Auschwitz. Niet lang geleden is het boek weer in z´n geheel beschikbaar gemaakt.
De hoofdpersoon in het verhaal is Silvio die in zijn jonge jaren uit verveling is gevlucht uit het dorp. Hij heeft grootse reizen gemaakt maar is intussen terug en zit in een oud boerenhuis in het bos. Silvio is tevreden met zijn afzondering, zijn familie kan zich er slecht mee verzoenen. Door het huwelijk van een nichtje komt hij weer onder de mensen en dan ervaart hij hoe sterk zijn band met hen is. 
Eerder verscheen van de hand van de schrijfster het boek ´Storm in juni´. Ook in dit boek viel op hoe knap Némirovsky is in beschrijvingen van mensen en hun gemeenschap.

Alleen maar nette mensen

Robert Vuijsje
ISBN 978 90 388 9062 6
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar

Rumoer

Fictie waarin de auteur volgens lezers uitspraken doet die negatief zijn voor een etnische of religieuze groep, loopt de kans voor rumoer te zorgen. Aandacht voor de literaire kwaliteiten van het werk is er dan meestal nog maar nauwelijks. Voorbeelden uit de literatuur zijn er te over. Alleen maar nette mensen, het romandebuut van Robert Vuijsje, dat inmiddels bekroond is met De Gouden Uil en ook nog genomineerd was voor de Libris Literatuurprijs, is inmiddels zo’n roman. 

Alleen maar nette mensen vertelt het verhaal van David Samuels, een joodse jongen uit Amsterdam - Zuid  met een Marokkaans uiterlijk. David die op het Barlaeus  Gymnasium heeft gezeten en daar Naomi heeft leren kennen, voelt zich steeds meer aangetrokken tot negerinnen. Via een Surinaamse kennis komt David terecht in het zwarte circuit en hij ontmoet Rowanda.
Vuijsjes roman, dat al in maart  2008 verscheen, werd over het algemeen positief ontvangen in de landelijke pers. ‘Een diepe buiging’, schreef HP/De Tijd. ‘Naast een confronterende inhoud heeft dit boek nog een verrassing. Het is opvallend goed geschreven.’ Volkskrant.

Receptie

Niet alle lezers kunnen zich in bovengenoemde kritieken vinden. De aandacht die het boek genereerde door de uitreiking van De Gouden Uil aan de schrijver op 4 mei jl. leidde de afgelopen weken tot een verhit debat.  Op 11 mei schrijft de theatermaker en presentatrice Anousha Nzume een stuk voor Volkskrant Opinie waarin ze aangeeft niet blij te zijn met de manier waarop zwarte vrouwen in het boek worden neergezet. ‘Wanneer ik vind dat Alleen maar nette mensen koloniaal seksisme uitlokt, ben ik dan een negerinnenwijf dat niet zo moet zeuren?’
Hierop komt, drie dagen later, een reactie van de actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld. ‘Ik begrijp Nzume niet,’ schrijft ze. ‘Ik begrijp niet wat er tegen het opvoeren van een personage is dat van alles vindt over zwarte vrouwen; leuke, niet zo leuke en helemaal geen leuke dingen.
Ik ben een zwarte vrouw en ik laat me niet uit het veld slaan door wat een hoofdpersoon in een roman vindt over zwarte vrouwen of negerinnen, zoals hij ze noemt. Ik heb, in tegenstelling tot Nzume, geen hekel aan het woord, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik weet wat en wie ik ben en daar ook trots op ben.’

Verwarring

Het feministisch platform Women Inc. organiseerde intussen op 13 mei een debat over de roman. In een verslag hierover in het NRC Handelsblad schreef Huib Modderkolk: ‘Op de avond dat de verwarring van Robert Vuisje centraal moest staan, ging het vooral over de verwarring van anderen. Vuisje schreef in Alleen maar nette mensen over zijn eigen verwarrende sociale achtergrond – een Jood uit het deftige Amsterdam – Zuid die eruitziet als een Marokkaan.’ 
Boze zwarte creoolse vrouwen, schrijft Modderkolk, juichten bij de vergelijking die er gemaakt werd met de ‘buitengewoon onaangename’ traditie van de Zwarte Piet. De witte vrouwen in de zaal konden zich vinden in de mening van Max Pam die vond dat het boek niet over ras of zwarte vrouwen ging.
Modderkolk: ‘Ze schrokken van de opmerking van de witte feministe Heleen Mees dat ook Vuisje hoorde tot de witte mensen die discriminatie in stand houden (‘open je ogen toch!’) en waren verontwaardigd toen iemand plots de vergelijking met Mein Kampf maakte.’

Goede of minder goede fictie

Vrijdag 15 mei verschijnt er een stuk van Stine Jensen in het NRC Handelsblad met als kop ‘Komt een negerin bij de dokter’.  De ondertitel luidt: ‘Vuisjes boek is net als dat van Kluun’.
Jensen vraagt in haar stuk aandacht voor de literaire kwaliteiten van Alleen maar nette mensen. ‘Laten we eerlijk zijn,’ zegt ze, ‘Alleen maar nette mensen laat zich in stilistisch opzicht het beste vergelijken met de vlotheid van Kluuns Komt een vrouw bij de dokter: man neukt lekker veel in de rondte, gaat flink vreemd, en zegt het allemaal ‘eerlijk’ hardop. Heerlijk controversieel en lekker interessant.’

Jensen vindt dat wat ertoe zou moeten doen, niet de vraag is of de roman fictie is maar of het ‘goede’ fictie is. Dat, stelt ze, heeft te maken met de stijl en inhoud. Jensen geeft aan Alleen maar nette mensen literair geen sterk boek te vinden.Deze mening wordt gedeeld door Marja Pruis van De Groene Amsterdammer die Jensen ook aanhaalt in haar stuk. Pruis: ‘Vuisjes stijl doet nogal klompendanserig aan. Zijn boek is goed geschreven zoals boodschappenlijstjes goed zijn geschreven.’

Inmiddels is de tiende druk uit van Alleen maar nette Mensen.