Literatuur Uitgelicht, Zomer 2010

De maagd en de neger 1 & 2
Judith Vanistendael
Oog &Blik – de harmonie /Oog &Blik – de bezige bij
ISBN 978 90 5492 212 4/ 12 978 90 5492 190 5
Steeds meer vrouwen zijn actief als striptekenaars. Een van deze vrouwen is de Belgische Vanistendael. De maagd en de neger is een tweeluik waarvan het ene deel als ondertitel heeft Papa en Sofie en de andere Leentje en Sofie.
Vanistendael koos voor een actueel onderwerp dat velen zal aanspreken en door de vorm van een stripverhaal een luchtige toon heeft: dochter komt thuis, maakt bekend dat ze verliefd is op een migrant en dan ook nog een die niet zeker is van zijn verblijfstatus. ‘Een Afrikaan, een zwarte, want neger mogen we zelfs onder elkaar niet meer zeggen op de redactie’, denkt de vader bij zijn eerste ontmoeting met Abou.
Twee keer lezen en zien we hetzelfde verhaal maar de eerste keer vanuit het perspectief van de vader van Sofie en de tweede keer vanuit het perspectief van Sofie zelf. De maagd en de neger gaat over de relatie tussen een Belgische en een Togolees. Sofie komt als jonge studente in het asielzoekerscentrum en ze valt voor Abou. Voor met name haar vader is het wennen maar hij doet zijn best ook al gelooft hij in eerste instantie niet helemaal in de relatie.
Jaren later, Sofie en Abou, zijn inmiddels gescheiden, komt Sofie haar ex tegen als ze met haar dochtertje Leentje onderweg is. De vragen die Leentje over Abou stelt, voeren Sofie terug naar het verleden en ze zet het verleden op een rijtje.
Het tweede deel van De maagd en de neger begint met het bekende gedicht van Lucebert
Er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart
maar ik weet zeker hij bestudeert er
aard en struktuur van heel mijn blanke almacht
hij morrelt eerst aan halfvermolmde kasten
dan voel ik splinters schieten door mijn schouder
nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst
te veel slaven trok ik af van de belasting
Asta´s ogen
De levenskracht van een Indische familie
Eveline Stoel
Nijgh & Van Ditmar
978 90 388 9323 5
350 blz.
Families uit de kolonie? Hoe handhaven ze zich in het moederland? Welke positie nemen ze in en willen ze innemen? Journaliste Eveline Stoel, vrouw van een kleinzoon van de Indische Asta, besloot de familiegeschiedenis van haar schoonfamilie vast te leggen. Asta, weduwe, moeder van zeven kinderen en kind van een ziekelijke moeder komt in 1955 uit Soerabaja naar Nederland waar ze in Oss onderdak vonden. Het leven is moeilijk want er is geen geld. Daarnaast is er de discriminatie. Bij sommige migranten zie je als reactie hierop de neiging om de eigen cultuur nog meer te waarderen dan weleer, om zich nog meer te gaan richten op de eigen groep. Asta daarentegen wil dat haar kinderen ‘blank’ trouwen en zich aanpassen, wat ook goed lukt.
Stoel schreef een interessant boek dat weer een mooie aanvulling is op artikelen die enkele maanden geleden verschenen in De Groene Amsterdammer over Indische Nederlanders en de columns van Hans Moll in het NRC onder de titel Indische Inkijkjes.
Zo wordt de geschiedenis van Indische Nederlanders steeds verder in kaart gebracht.
Ik ontmoette een man
Gerrie Hondius
Uitgeverij Contact
ISBN 978 90 254 7006 7
163 blz
Gerrie Hondius, die haar sporen al ruimschoots verdiend heeft, zeker als striptekenares, schreef een prachtig boek met miniaturen die bijna allemaal beginnen met Ík onmoette een man. De ik-figuur ontmoet mannen op wie ze verliefd is, die haar afwijzen, die zij afwijst, met wie ze samenwerkt, niet kan samenwerken etc.
Het zijn ontroerende, mooi gecomponeerde stukjes die iedere keer weer verrassen en die daardoor dwingen tot doorlezen. Nog een en nog een en nog een en dan is het opeens 2 uur in de nacht…
Ik heb mij bedacht
Zadie Smith
Oorspronkelijke titel: Changing my Mind
Vertaling Uitgeverij Prometheus en Jean Schalekamp
Uitgeverij Prometheus
ISBN 978 90 446 1397 1
391 blz.
De dood heeft mij een aanzoek gedaan
Over dood, leven en liefde
Kristien Hemmerechts
Uitgeverij De Geus
978 90 445 1568 8
318 blz.
De titel van dit dagboek komt uit een gedicht van Herman de Coninck, de overleden partner van Hemmerechts maar het boek is opgedragen aan Karel Hemmerechts, de vader van de schrijfster. Hemmerechts beschijft en becommentarieert het dagelijkse leven, waaronder nieuwsberichten, naast bespiegelingen over de thema´s dood, leven en liefde zoals ze dat ook al deed in eerdere boeken maar in enkele daarvan op een meer indringende wijze.
Tekst: redactie



