Ik wil Cairo uit de vergetelheid halen

FilmCindyKerseborn Ik wil cairo.. Herfstnummer 2010



Cindy Kerseborn maakt met Edgar Cairo: Ik ga dood om jullie hoofd, haar eerste lange documentaire als regisseur. De documentaire gaat over de van oorsprong Surinaamse schrijver Edgar Cairo die tien jaar geleden overleed. Cairo (1948-2000) kwam meteen na zijn middelbare school naar Nederland en heeft er gewoond tot aan zijn dood. Hij werd bekend vooral vanwege zijn taalexperimenten met het Surinaams–Nederlands en het Sranantongo die tenslotte hebben geleid tot een eigen taalvariant, namelijk het ‘Cairojaans’. Cairo was enige tijd columnist voor de Volkskrant.

Kun je ons iets meer vertellen over Edgar Cairo?


Edgar Cairo was een schrijver, columnist, performer en schilder. Hij presenteerde zich provocatief als Surinaamse creool, rakelde alle tragiek en ambivalentie van het nog zo recente koloniaal verleden op èn alle ambivalentie en tragiek van die eerste omvangrijke generatie van immigranten: hij noemde dat ‘het negerverdriet’ en dat blijkt achteraf het hoofdthema van zijn oeuvre. In dat alles lag hij dwars en zocht de controverse (waarin hij impliciet aansloot bij een zeer Nederlandse literaire traditie). Dat deed hij ook nog eens in een vindingrijk, veelkleurig idioom, dat indertijd door velen voor koeterwaals versleten werd, maar dat nu onmiskenbaar de eerste neerslag in schrift blijkt te zijn van de Surinaams-Nederlandse volkstaal in de varianten die nu in Suriname en Nederland gesproken worden. In zijn laatste levensjaren wijdde Cairo zich geheel aan het schilderen. Zijn oeuvre is tot nog toe slechts bij insiders bekend en gewaardeerd. Ik hoop van harte dat het nú gaat veranderen.
Als Surinaams-Nederlandse heb ik Cairo tijdens zijn leven van nabij gevolgd. Vandaar ook dat ik het initiatief tot dit project: De culturele nalatenschap van Edgar Cairo [1948-2000] heb genomen.

Waarom heb je juist over Cairo een documentaire gemaakt?


Ik zou graag een drieluik willen maken over verschillende auteurs binnen de kunstwereld. Cairo is de eerste uit dat drieluik. Omdat het dit jaar zijn 10e sterfjaar was, is het voor mij vanzelfsprekend dat hij de eerste is uit de reeks.


Jouw documentaire is product van Stichting Cimaké Foundation. In de aanloop naar de productie van de documentaire heeft deze stichting een aantal activiteiten georganiseerd rond Edgar Cairo. Welke activiteiten waren dat en wat is de relatie daarvan tot jouw documentaire?


Het initiatief voor de documentaire en de activiteiten kwam van mij. Een aantal mensen ondersteunden dit plan en zo werd de stichting opgericht. De stichting heeft de afgelopen maanden, dus in het tiende sterfjaar van Cairo, o.a. een literaire avond georganiseerd, een lezing over straattaal, en heeft een tentoonstelling van Cairo’s schilderijen en een plaquette onthuld op zijn laatste woonadres in Amsterdam.

Cairo is bij leven veel geïnterviewd en gefilmd. Welke plaats neemt dat materiaal in binnen de documentaire?


Sommige archiefbeelden en geluidsfragmenten krijgen waarschijnlijk een plek in de documentaire. Er is mooi materiaal bewaard gebleven: tv-interviews en gefilmde optredens, daar maak ik gretig gebruik van.
Maar ik vind het nog te vroeg en ook voorbarig om iets zinnigs te zeggen over het waar, hoe en waarom. Ik laat het materiaal in de montage zijn eigen ritme bepalen. Het materiaal komt uit de archieven van de erven van Cairo en van verschillende omroepen.

Tijdens zijn psychose ging Cairo opeens schilderen. Met het schilderwerk is hij weinig naar buiten getreden tijdens zijn leven. Stichting Cimaké Foundation heeft in de zomermaanden met het Centrum Beeldende Kunst Amsterdam oost een tentoonstelling over Cairo’s schilderijen georganiseerd en er zelfs een catalogus over uitgebracht. Daarna was er ook een tentoonstelling in CBK Amsterdam zuidoost. Waarom is dat gebeurd?

De tentoonstelling in het CBK zuidoost is geïnspireerd op het werk van Cairo: vier kunstenaars met verschillende achtergronden leveren beeldend commentaar op zijn werk. In het CBK oost was in juni een overzichtstentoonstelling van de schilderijen van Edgar Cairo zèlf te zien.
Omdat ik zijn schilderijen heel fascinerend en interessant vind, kleurrijk, heftig maar ook weer donker, wilde ik er iets mee doen. Ik ben blij dat ik Cairo bij zijn leven heb zien schilderen en zijn werk in zijn bijzin heb mogen bewonderen in zijn atelier. Zelf heb ik toentertijd een schilderij bij hem gekocht.


Welk betoog zit er achter je documentaire?


Betoog vind ik een te zwaar woord. Ik wil Cairo weer een stem geven met zijn werk, zijn taal, zijn geboorteplek en dé plek Para, het district in Suriname, waar zijn vaders familie vandaan komt en waar het dus allemaal is begonnen.


Voor welke opbouw heb je gekozen in de documentaire en waarom?

Er zijn twee hoofdpersonen die het verhaal vertellen: zijn broer Arthur Cairo en zijn uitgever Franc Knipscheer. Ik heb voor beide personen gekozen, omdat ik deze twee belangrijk vond. Ze stonden immers heel dicht bij de broer en de auteur maar behielden ook een zekere distantie.

Zou je jouw documentaire kunnen plaatsen binnen een stroming?


Welke stromingen bedoelen jullie? Daar ben ik niet mee bezig. Wat mij persoonlijk interesseert is wat er in een samenleving leeft. Dat zijn zaken die ik wil verfilmen. Op dit moment is het dus het leven van bovengenoemde schrijver.


Het doel van je documentaire noem je: ‘Cairo weer een stem geven en zijn culturele nalatenschap uit de vergetelheid halen en zijn werk weer onder de aandacht te brengen’. Nu is de realiteit dat kunstenaars komen en gaan. Slechts een enkeling blijft ook bij nieuwe generaties in de belangstelling. Bij schrijvers is dat soms een enkel boek uit het oeuvre. Wat verwacht je zelf dat het effect zal zijn van deze aandacht?

Het is soms pijnlijk om te constateren dat je als kunstenaar snel vergeten kunt raken. Wat ik wilde bereiken was om Cairo, ‘de ruwe diamant’, te slijpen in zes verschillende facetten van zijn werk: Literaire avond, plaquette, workshop, tentoonstelling, kunstboek en een lezing over de invloed van zijn ‘Cairojaans’, zijn geschreven Surinaams Nederlands, op de huidige straattaal. Dat is deels al gelukt. De workshop in april met jongeren over de poëzie van Cairo was bijvoorbeeld erg succesvol. Jongeren van verschillende pluimage hebben zijn gedichten in een eigen vorm en kleur gegoten. Er is nu ook belangstelling om een van zijn toneelstukken weer op de planken te brengen en zijn uitgever Franc Knipscheer heeft de intentie uitgesproken om weer een van zijn romans uit te geven.


Deze documentaire is de eerste van jou als regisseur. Wat heb je hiervoor gedaan op het gebied van de media?


Neen niet de eerste als regisseur. Ik zit vanaf 1986 in het vak. Ik heb alle facetten van het vak geleerd in de praktijk: van productie, regie, assistentie, van redacteur, researcher tot producer. En ook wat je noemt de ‘samenstelling’. In de filmwereld is dat het bedenken van een onderwerp, de research, de productie maar zonder het regisseren van de film. Ik heb al eerder voorstellen ontwikkeld voor documentaires. Die documentaires werden vervolgens door collega’s geregisseerd.


Wanneer en hoe ontstond je belangstelling voor documentaires?


Mijn belangstelling ontstond bij de fotografie. Ik de jaren tachtig begon ik foto’s te maken op het Leidseplein. Dat waren foto’s van straatmuzikanten. Ik heb nog ergens een opschrijfboekje waarin straatmuzikanten iets persoonlijk hebben geschreven nadat ik ze had gefotografeerd. Ik wilde toen heel graag een fotoboek maken. De negatieven liggen ergens in ordners. Ooit zal ik dit plan nog verwezenlijken. Beeld vind ik fascinerend maar dat geldt ook voor muziek. Dat is voor mij de hoogste vorm van kunst. Muziek, niet alle muziek, geeft mij ‘droge tranen’: je kunt ernaar luisteren als je verdrietig bent, maar ook als je geluk kent.
Naar beelden blijf ik ook altijd kijken. Zowel mensen als situaties boeien mij. Beeld is indringend. Ik ben een filmfreak. Ik probeer iedere week een tot twee films te zien, al lukt het natuurlijk niet altijd.


Waarom ben je een documentaire gaan maken en geen speelfilm?

Een documentaire vind ik spannender, omdat je nooit weet wat je kunt verwachten bij het filmen. Je moet de juiste ogen, oren hebben, zien én horen wat zich op dat moment aandient. Je kiest een plek voor je camera maar dan is het toch de realiteit vóór de lens die beslist.

Er zijn nog maar weinig documentairemakers onder zgn. allochtonen. Heeft die groep contact met elkaar?


Ik weet niet of er weinig documentairemakers zijn onder de ingelanden Dit woord heb ik opgepikt. Ik wil van die ‘chtonen’ af en heb het dus over ‘inlanders’, die hier al een tijd wonen, en ‘ingelanden’ die later zijn binnengekomen. Er zijn zeven ingelande vrouwelijke regisseurs die ik van dichtbij ken maar ik heb niet direct contact met ze. Sommigen werken in de luwte. Anderen zitten in de commerciële branche.


Wie zijn jouw inspiratiebronnen en waarom?


Ik heb verschillende mensen die mij inspireren binnen en buiten Nederland, uit de kunstwereld, maar ook binnen de maatschappelijke sector. Mijn vader was één van hen. Nu, op dit moment, is het Edgar Cairo die mij inspireert.

Wanneer is de documentaire te zien en komt hij uit op dvd?

Mijn streefdatum is dinsdag 16 november in Studio K in Amsterdam Oost. Dat is de tiende sterfdag van Edgar Cairo. Hopelijk wordt de documentaire daarna nog op festivals vertoond. Over de productie van dvd’s moet nog gesproken worden.

Ben je al bezig met een nieuwe documentaire?

Ik heb een aantal ideeën maar die moeten nog rijpen zoals jonge wijn.
In het najaar hoop ik een begin te maken met een nieuw project.


Tekst: Cindy Kerseborn en redactie
Foto:  Stichting Cimaké Foundation


Er is een kunstboek verschenen over de schilderijen van Cairo, getiteld: Edgar Cairo: De schrijver als schilder. Voor bestellingen: zie de website van Stichting Cimaké Foundation: cimakefoundation.eu