Gesprek tussen Nanny de Haan en Mia Lammers over Een keukenmeidenroman van Kathryn Stockett
Een keukenmeidenroman
Kathryn Stockett
Oorspronkelijke titel The Help
Vertaald door Ineke van Bronswijk
Mistral Uitgevers
ISBN 978 90 499 5122 1
493 blz.
Nanny de Haan studeerde Persoonlijkheids- en Arbeid- & Organisatiepsychologie. Ze woonde van 1958 tot en met 1968 in Suriname. Mia Lammers is apothekers- assistente en woonde van 1951 tot en met 1967 in Suriname.
Nanny de Haan en Mia Lammers kennen elkaar vanaf hun jeugd. De vader van Mia migreerde met het gezin om bedrijfsleider te worden op de plantages Berlijn, Geyersvlijt en Baboenhol. Mia werd er geboren. Nanny is geboren in Indonesië en heeft er tot haar zevende op verschillende plaatsen gewoond. In 1957 werd haar vader voor de keuze gesteld: als hij wilde blijven moest hij Indonesiër worden. Hij was Indisch maar zijn vrouw was Nederlands en zijn kinderen waren beiden blank en blond. Hij was niet optimistisch over de toekomst daar voor zijn gezin en ook niet voor zichzelf als kleurling in Indonesië. Hij vertrok naar Nederland, woonde daar een jaar en werd toen uitgezonden naar Paramaribo, waar hij de leiding kreeg over het gas- en elektriciteitsbedrijf.
Samenvatting van het boek
Het verhaal speelt zich af in het Amerikaanse Zuiden, Jackson, Missisipi tijdens de Civil Rights Movement aan het begin van de jaren zestig, als zwarten massaal opkomen voor gelijke rechten. Een van de centrale thema’s in het boek is dat de opvoeding van blanke kinderen aan zwarte vrouwen toevertrouwd wordt, terwijl van samenleven geen sprake is. De samenleving is strikt gesegregeerd, iedere groep heeft eigen buurten om in te wonen, eigen ziekenhuizen, een eigen bibliotheek enz.. De blanken hebben de meer welvarende variant, de zwarten de armere variant. Veel blanken willen de situatie handhaven, onder het motto “het is toch goed zoals het is”. Zwarten maar ook blanken die zich openlijk inzetten voor emancipatie en afschaffing van de rassenscheiding, worden zeer agressief bejegend.“Een keukenmeidenroman” is een raamvertelling vanuit het perspectief van drie hoofdpersonen t.w. Aibileen, Minny en Miss Skeeter. Minny en Aibileen zijn twee zwarte vriendinnen, lid van dezelfde kerkgemeenschap, en beiden dienstbode bij een blanke familie.
Miss Skeeter is een jonge, blanke, vrouw, dochter van de eigenaar van een katoenplantage, die net afgestudeerd is en weer thuis is gaan wonen. Skeeter (een bijnaam van Eugenia) is net als zoveel anderen uit haar omgeving, meer door de zwarte hulp Constantine, opgevoed dan door haar eigen moeder. Zij doet wat andere blanke leeftijdsgenoten doen: een beetje bridgen, tennissen, feesten organiseren voor goede doelen en thee drinken. Eigenlijk heeft zij ambities om schrijfster te worden. Na een mislukte sollicitatie, heeft ze contact met een hoofdredactrice van een New Yorkse uitgeverij die haar adviseert eerst een boek te schrijven om kans te kunnen maken op een baan als journaliste. Skeeter neemt het idee van de overleden zoon Treelore van Aibeleen over om een boek te schrijven over hoe het is om als zwarte te leven in de wereld van de blanken. Ze wil haar boek schrijven over de ervaringen van zwarte hulpen. Omdat Constantine om onbespreekbare redenen door Skeeters moeder ontslagen is tijdens Skeeters laatste studiejaar, kan Skeeter haar verhaal aanvankelijk niet achterhalen. Door de ‘missie’ die haar vriendin Hilly verzint, om in alle huizen van blanke gezinnen een apart toilet te installeren voor de zwarte hulp, escaleren de verhoudingen tussen Skeeter en Hilly. Hoe meer Hilly gebrand is op deze vorm van rassenscheiding, hoe meer Skeeter twijfelt aan deze segregatie en de gevolgen daarvan. Gaandeweg verliest Skeeter haar naïviteit en krijgt ze meer besef van de situatie van de zwarten, maar ook van hoe gevaarlijk het onderwerp van haar boek is. Tegelijkertijd raakt ze meer geïsoleerd van haar eigen achterban.
Het gesprek tussen Mia Lammers en Nanny de Haan
Wat heeft het boek bij je los gemaakt?Mia: Ik herken me er niet in. Ik heb als blank meisje tot mijn zestiende in Suriname gewoond, maar ik heb nooit de indruk gehad dat mijn familie of ik ons superieur voelden boven donkere mensen of dat er over en weer werd gediscrimineerd. Het zal best bestaan hebben, maar in mijn hoofd is het niet opgekomen. Wij gingen helemaal niet op die manier om met mensen van een ander ras. Voor mij bestond geen kleurverschil.
Nanny: Voor mij is kleur (ras/cultuur) vanaf dat ik jong was een aspect van mijn identiteit geweest doordat mijn vader en zijn moeder, mijn grootmoeder, donker waren en ik blank was in een donkere omgeving. Bij mij is misschien wel het omgekeerde het geval geweest: ik moest bijvoorbeeld met een bloesje aan zwemmen om mijn huid te beschermen tegen de zon, terwijl anderen daar geen last van hadden. Het is me wel eens gebeurd dat men verbaasd was dat mijn vader zo donker was. Ik had, evenals Mia, als baby en peuter een Indonesische baboe die me de hele tijd in een slendang (draagdoek) droeg, ik herken wel de liefde die er is tussen een donkere verzorgster en het kind. Een ander effect van het boek was het historisch besef dat steeds sterker bij me werd. De roman speelt zich af in 1963. Bij het lezen ervan moest ik steeds terugdenken aan die periode uitmijn eigen leven en ik realiseerde me dat ik me toen niet echt bewust was van wat er toen gaande was in de Verenigde Staten. Wat ik me wel herinner, is dat mijn moeder een keer zei dat het maar de vraag was of mijn vader Australië binnen zou komen als wij er met het gezin heen zouden willen gaan, hij was immers niet blank.
Een paar jaar later, ik zat toen in 4VWO in Suriname, werd ik me meer bewust van de wrange effecten van de segregatie in Amerika. We draaiden een gehuurde film bij een van mijn donkere vriendinnen voor wie huidskleur veel meer een rol speelde. De film heet “How to kill a mockingbird”, er wordt ook in dit boek aan gerefereerd. Vooral de rechteloosheid van zwarte mensen in de Verenigde Staten in de jaren vijftig/zestig is toen als een schok tot me doorgedrongen. Ik merkte in die periode ook dat sommige vriendinnen behoorlijk worstelden met hun zwarte identiteit en de ontwikkeling van hun zelfbewustzijn. Zo nam ik van dichtbij met verbazing de weerzin waar, die sommigen hadden tegen hun kroeshaar, terwijl ik dat eigenlijk wel mooi vond.
Een aantal jaren geleden was ik met een Surinaamse vriendin in Boston. We waren zo bevoorrecht om een rondleiding van een vrouwelijke Afro-Amerikaanse hoogleraar te krijgen, in een museum waarin zwarte vrouwen die wat bereikt hadden, met een portrettengalerij werden geëerd. Tot mijn verbazing was een aanzienlijk deel van deze vrouwen blank. De hoogleraar legde mij toen uit dat dit de absurditeit van het systeem illustreerde: in Amerika wordt een mens zwart genoemd als die maar een druppeltje donker bloed heeft. Bij Obama heb ik ook een vergelijkbaar gevoel van verdwazing: hij wordt zwart genoemd terwijl hij net zoveel zwart als blank is. En overigens vind ik het geweldig dat hij president geworden is, ik beschouw het als een gebeurtenis van geweldig historisch belang! Ik houd er sowieso niet van mensen te classificeren in (elkaar uitsluitende) categorieën en zeker niet als er ook nog een waardelabel wordt toegekend. Mensen verschillen gelukkig van elkaar, zichtbaar en onzichtbaar, maar altijd gaat het om verschillen in gradatie. Verschillen hebben ons als menselijke soort levensvatbaar gemaakt, dat zie je in de hele natuur. Dat vind ik ook de belangrijkste boodschap van het boek, de overeenkomsten tussen mensen zijn veel groter en belangrijker dan de verschillen.
Veel van de blanken in de Verenigde Staten hadden als kind een hechte relatie met hun oppas. Desondanks namen ze als volwassenen dezelfde machtspositie in als hun ouders en waren niet erg geneigd om donkere mensen een gelijkwaardige positie te geven. Skeeter, het blanke personage in het boek, heeft er moeite mee en wil dit aan de kaak stellen. Heb je ook dit gevoel had?
Mia/Nanny: Gelukkig waren de verhoudingen in Suriname niet zo. In een deel van het Caraïbisch gebied is er, na de afschaffing van de slavernij, niet echt een blanke bovenlaag ontstaan die alle macht in handen had. De blanken in onze tijd hadden geen enkele binding met de slavernij. Bovendien is Suriname bij uitstek multicultureel. Er zijn mensen van Indiaanse, Javaanse, Hindoestaanse, Chinese, Joodse, Libanese en Afrikaaanse afkomst en dat heeft het allemaal verdund, letterlijk kleurrijker gemaakt. Ons “wij”-gevoel heeft ook betrekking op de mensen waarmee we in Suriname opgegroeid zijn. Dit komt ook tot uitdrukking in onze vriendenkring, maar ook in partnerkeuzes in de familie.
Wat vind je van de literaire kwaliteit van het boek?
Mia: Ik vind het geen literair boek, op basis van de taal en de constructie. Het is wel belangrijk dat het geschreven is, zodat men kan zien hoe mensen geleden hebben onder de tegenstelling zwart-blank; hoewel je ook wel kan verwachten dat juist een bepaalde doelgroep het niet leest.Nanny: Ook ik zie het niet als literatuur, vanwege het feit dat het stilistisch niet sterk is en ik als lezer, hoewel ik het verhaal herkenbaar vond, niet gemakkelijk in de huid kon kruipen van de personages. Ook vond ik de titel en de cover van de Nederlandse uitgave de lading niet dekken. Ik ben er wel blij om dat ik het boek heb gelezen, omdat het een groter bewustzijn geeft over hoe het was en gedeeltelijk nog is. Voor mij is het belangrijkste thema uit het boek de rechtsongelijkheid en de effecten daarvan voor de mensen met minder macht, heel vaak wordt hun geen recht gedaan en ze kunnen zich niet verweren als hun onrecht wordt aangedaan. Het is goed dat daar aandacht voor is.
Zou je het boek cadeau willen doen?
Mia: ja.Nanny: dat heb ik al gedaan, ik heb het aan een vriendin gegeven voor haar verjaardag.
Tekst: Nanny de Haan, Mia Lammers en redactie
Beeld 2: Kashmira en Mia op plantage Berlijn (Commewijne)


