Een veelbelovend debuut
BEETHOVEN: Piano Sonates Op, 10, nr. 1 in c-klein; Op. 13 in c-klein (“Pathétique”); Op. 27, nr. 1 in Es-groot; Op. 27, nr. 2 in cis-klein (“Mondschein”); Acht Variationen über ein Thema des Grafen von Waldstein, WoO67. Arthur Jussen, Lucas Jussen, piano. Deutsche Grammophon 00289 4763847
Heel muzikaal Nederland volgt sinds enkele jaren al de ontwikkeling van de jonge pianistenbroers Lucas (1993) en Arthur (1996) Jussen. Na een aantal concertoptredens in belangrijke zalen, alsmede tv-documentaires, is er de tot nu toe grootste erkenning gekomen in de vorm van een contract met dé grote platenmaatschappij, Deutsche Grammophon. Daar de broers heel vaak maar niet altijd als duopianisten optreden, heeft men waarschijnlijk er lang over moeten nadenken wat voor vorm de eerste opname zou krijgen. Uiteindelijk is het dit wat ongebruikelijke Beethovenprogramma geworden, waarin Lucas de Pathétique en de Mondschein voor zijn rekening neemt, en Arthur de andere twee sonates, waarna de disc met de vierhandige Waldstein-variaties wordt afgesloten.
Er kan geen twijfel over bestaan dat we hier met twee uiterst getalenteerde jonge mannen te maken hebben. Ze spelen met een enorme beheersing en zijn technisch vlekkeloos. Vooral opvallend is de volheid en sonoriteit van hun klank, en de aandacht die ze besteden aan balans en dynamiek. In deze rondheid en effenheid van toon meen ik de invloed te horen van Maria João Pires, met wie de Jussens vaker masterclasses hebben gevolgd. Af en toe krijgt men het gevoel dat de wil om nooit een hard of scherp geluid te maken te ver gaat. Beiden zouden af een toe kunnen durven om met meer pit, meer risico te spelen. Ze kiezen beiden in de snelle delen voor doorgaans rustige tempi, waardoor de indruk van voorzichtigheid versterkt wordt (het laatste deel van Op. 10, nr. 1 lijkt bijvoorbeeld in geen opzicht op een prestissimo). Het is moeilijk te zeggen of dit een gevolg is van zeer bewuste keuzes of dat hun artistieke rijpheid nog verder moet groeien. Ook valt het op dat het spel van Lucas soms een kleinschaligere indruk maakt dan dat van zijn jongere broer. Op deze opname althans bereikt Arthur de meeste expressiviteit. Het langzame deel van Op. 10, nr. 1- een juweel van een stuk, trouwens- is verbazingwekkend poëtisch, glashelder van klank, en met prachtige, dynamische schakeringen. De vierhandige variaties aan het eind zijn weliswaar lichtere kost, maar toch charmant, en de uitvoering is een lust voor het oor, zo fantastisch ingespeeld zijn de twee broers op elkaar. Deutsche Grammophon heeft alles gedaan om de broers optimaal te presenteren; er is een uitgave met een bonus- dvd beschikbaar met de verwachte optimale geluidskwaliteit. Ik ben wel benieuwd naar de volgende stap- volgens mij heeft DG wel iets van een marketing probleem voor de toekomst, want de broers zullen toch zeker hun individualiteit willen bewaren en dat doel wordt niet bereikt met meer programma’s waarin zij naast elkaar hetzelfde repertoire uitvoeren. Maar dat is voor later; wat op dit moment telt is dat ze en indrukwekkend debuut hebben gemaakt, dat veel belooft voor de toekomst.
Tekst: David Barick
