Balans van een bewogen leven
Zaïda
Anne Cuneo
Vertaling Maria Noordman
Uitgeverij De Geus
409 blz
ISBN 9789044512694
Balans van een bewogen leven: de memoires van Zadie De Vico Tatley Barber Giocondo
Hoe is het om een eeuw te leven? Een antwoord op deze vraag kan gevonden worden in het boek Zaïda van de Zwitserse schrijfster Anne Cuneo. Het boek is een fictieve autobiografie en beschrijft het leven van Zaïda De Vico, dochter van een Italiaanse vader en Engelse moeder en afkomstig uit een aristocratisch milieu. Zaïda, geboren in 1859, wordt een van de eerste vrouwelijke artsen in Italië. Een pionier, die bovendien jarenlang in Zwitserland en Engeland werkt.Aan het einde van haar veelbewogen leven besluit Zaïda (in Engeland wordt ze Zadie genoemd) de balans op te maken: ze beschrijft haar leven vanaf haar achttiende tot haar honderdste ongeveer. Op dat moment is haar achterkleinkind op komst.
Het boek begint met een voorwoord waarin dit achterkleinkind, Alice, vertelt hoe zij aan de autobiografische aantekeningen van haar overgrootmoeder is gekomen.
Het leven van Zaïda wordt in chronologische volgorde verteld: ze is nauwelijks achttien wanneer zij Basil Tatley ontmoet, het is liefde op het eerste gezicht. Een week na hun ontmoeting trouwen ze. Hiermee tarten de geliefden de conventies die gelden in aristocratische kringen. Zaïda’s moeder kan het haar dochter niet vergeven dat ze de kans om de titel van gravin te verkrijgen, laat schieten. Zaïda gaat medicijnen studeren, iets dat in die tijd hoogst ongebruikelijk is.
Eenmaal afgestudeerd wordt zij voortdurend geconfronteerd met vooroordelen en kan ze nergens terecht om co-schappen te volgen. Na veel moeite lukt het om in Florence een plaats te krijgen. Assisteren bij operaties mag een vrouw niet, maar door een list weet Zaïda toch in de operatiekamer binnen te komen: ze draagt een artsenpak voor een man. Niemand heeft iets in de gaten.
Als Basil aan een beroerte overlijdt, komt hiermee een einde aan een gelukkig huwelijk van tien jaar. Enkele jaren later hertrouwt Zaïda met haar vroegere buurjongen, Jonathan Barber, afkomstig uit een rijke aristocratische familie. In adellijke kringen is het gebruikelijk dat de eerste zoon het familiekapitaal en de landerijen beheert, de tweede zoon het leger ingaat en de derde zoon priester wordt. Jonathan moet als tweede zoon in het leger, maar gaat daar meteen uit om medicijnen te kunnen studeren. Hij wil werken voor zijn geld. In de ogen van de zijnen verkwanselt hij het familiekapitaal door een ziekenhuis op te zetten in een arbeiderswijk in Londen.
Jonathan en Zaïda krijgen twee zonen. Als Zaïda vijfendertig is, komt Jonathan op gewelddadige wijze om het leven. Na zijn overlijden wil de familie Barber de adellijke titel veiligstellen: er worden verwoede pogingen gedaan om de twee zonen te ontvoeren. Franscesco Giocondo, de chirurg die gevochten heeft voor het leven van Jonathan, vraagt Zaïda ten huwelijk en biedt aan haar zonen te adopteren. Wat begint als een verstandshuwelijk wordt een liefdevolle verbintenis die 60 jaar standhoudt.
Wat het boek interessant maakt -afgezien van het turbulente en boeiende leven van de hoofdpersoon- is dat veel belangrijke historische en maatschappelijke ontwikkelingen in Europa voorbijkomen, van de laatste decennia van de negentiende eeuw tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw. Zaïda beleeft van nabij de eenwording van Italië en de daaropvolgende volksopstanden. Hierdoor worden haar de ogen geopend en beseft ze haar bevoorrechte positie pas goed. Ze maakt verkiezingen mee waarbij vrouwen nog geen stemrecht hebben. Ze beleeft de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de opkomst van het fascisme. Als Mussolini het land steeds meer in zijn greep krijgt, vlucht de familie naar Zwitserland. De ballingschap duurt tot na de Tweede Wereldoorlog.
Zaïda heeft ongelooflijk veel meegemaakt in haar lange leven en zij heeft vele dierbaren verloren. Met als tragisch dieptepunt de Tweede Wereldoorlog waarbij haar zonen Martino en Gianni om het leven komen.
Zaïda worstelt haar leven lang met haar afkomst en verzet zich tegen de geldende conventies. Aan de andere kant heeft zij dankzij haar afkomst en rijkdom de kans zich te ontwikkelen en heeft zij ook materieel gezien alle mogelijkheden. Zij beseft dat zij in een bevoorrechte positie verkeert en wil zich door middel van haar beroep inzetten voor anderen die het minder hebben getroffen: “noblesse oblige”.
Het professionele leven van Zaïda als arts loopt als rode draad door het boek: hoe zij als vrouwelijke arts steeds weerstand ondervindt, maar dit telkens weer overwint. In het begin komen er alleen vrouwelijke patiënten naar de praktijk. Zij komen met klachten waarmee ze nooit naar een mannelijke arts hadden durven gaan.
Zodra er oorlog komt, merkt Zaïda ironisch op, maakt het ineens niet meer uit of een arts man of vrouw is.
Interessant is ook dat Zaïda belangrijke ontwikkelingen in de medische wetenschap van nabij volgt: de bevindingen van Pasteur, de ontdekking van de penicilline, de röntgenstralen, de psychoanalyse etc. Op dat laatste gaat Zaïda zich na de Eerste Wereldoorlog toeleggen, om de getraumatiseerde slachtoffers bij te kunnen staan.
Zaïda blijft haar beroep uitoefenen tot haar dood.
In het dankwoord aan het einde van het boek legt Cuneo uit dat de hoofdpersoon geïnspireerd is op twee ‘grandes dames’ die zij persoonlijk heeft gekend: haar oudtante Zaïda Cuneo en de arts Dr. Marguerite S. Ze zijn alletwee ruim honderd jaar geworden.
Tekst: Sophie van Zinnicq Bergmann
