Boodschappen, inkopen doen, ze thuis uitpakken en opbergen. Eten bereiden, koken, dekken, eten, afruimen, afwassen en opruimen. Een kopje thee inschenken, een muziekje spelen, een schilderijtje verhangen. Huisdieren en planten verzorgen. Stof afnemen, stofzuigen, de vloer soppen. Koper en zilver poetsen. Kleine verbouwingen en reparaties, kleren verstellen, breien en borduren. Kleren wassen, drogen, opvouwen en in de kast leggen. Lezen, tv-kijken, e-mailen, huiselijke feesten, samen drinken en grappen maken.