Interviews

Interviews Lente 2010

Renée Römkens: Huiselijk geweld, de omvangcijfers

Huiselijk geweld overkomt zowel laagopgeleide als hoogopgeleide vrouwen. Jaarlijks vluchten meer dan 15.000 vrouwen in Nederland naar een blijf-van-mijn-lijf-huis of een ander opvanghuis. Van deze vrouwen loopt tenminste een derde een ernstig risico op een zwaar letsel of om levensbedreigend geweld mee te maken.Nieuwe vormen van huiselijk geweld in Nederland zijn de besnijdenis van meisjes en eergerelateerd geweld, het laatste zowel tegen vrouwen als tegen mannen.
Prof.dr. Renée Römkens, hoogleraar in de criminologie aan de Universiteit van Tilburg, heeft in de afgelopen 25 jaar allerlei onderzoek gedaan op het terrein van geweld, in het bijzonder tegen vrouwen. Op dit moment is ze bezig met de invloed van wet- en regelgeving op het gebied van interpersoonlijk geweld en in het bijzonder geweld in de privé sfeer. Hieronder gaat Renée Römkens in op de omvangcijfers van huiselijk geweld in Nederland.

 



Mannelijke slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties zijn een nieuw geïdentificeerde groep slachtoffers. Deze mannen zijn onder meer slachtoffer van huiselijk- en eergerelateerd geweld of mensenhandel. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar het voorkomen van mannelijke slachtoffers van de verschillende vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties, hun problemen en hun hulpbehoefte. Het weinige (internationale) onderzoek dat er is gedaan, richt zich meestal op geweld binnen homoseksuele relaties.


Sinds 2008 kunnen burgers en professionals in Amsterdam voor hulp en advies bij problemen rond huiselijk geweld terecht bij zes Steunpunten Huiselijk Geweld, verdeeld over de nu 7 stadsdelen. De aanpak van huiselijk geweld is overal in het land nét even anders geregeld is. De aanpak die Amsterdam voorstaat is feitelijk ook weer een variatie op een variatie.


‘Ik zou nooit financieel afhankelijk willen zijn van iemand anders. Daarom vind ik het hebben van een baan belangrijk. Maar daarnaast is het contact dat je door een baan met de samenleving hebt,van niet te onderschatten belang. Werken geeft je een bredere kijk op het leven en via een baan kun je invloed uitoefenen op de samenleving.
Ik ben nu Bijzonder Hoogleraar Management van Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Inhoudelijk vind ik deze baan ontzettend leuk. In Iran, waar ik vandaan kom, heb ik van alles gedaan. Ik ben er tandartsassistente geweest maar ik heb ook in een laboratorium gewerkt en in de praktijk van een gynaecoloog. In Iran was ik Marxist. In Marxistische termen zou ik zeggen dat werken in Iran een vorm van vervreemding veroorzaakte bij mij. Ik werkte om te overleven. Inhoudelijk beleefde ik er weinig plezier aan.













Prof. James C. Kennedy doceert Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hiernaast schrijft hij wekelijks een column voor het dagblad Trouw. Kennedy, zoon van een Nederlandse moeder en een Amerikaanse vader, is geboren en getogen in de Verenigde Staten. Sinds 2003 woont en werkt hij in Nederland.
De laatste jaren houdt Kennedy zich intensief bezig met de Nederlandse samenleving. Kort geleden verscheen van hem Bezielende verbanden, een bundel essays waarin hij de 'politieke ontwikkelingen in Nederland analyseert, stilstaat bij de veranderende rol van religie in de samenleving en zich afvraagt in hoeverre Nederland een tolerant en multicultureel land genoemd kan worden'.
Hieronder gaat Kennedy in op de begrippen diversiteit en tolerantie, de positie van vrouwen in Nederland en het nieuwe Nederlanderschap.
Syndicate content