Flits

Winter 2009/2010

 

Nieuwsflits 5, februari 2010
Eindredactie: Henna Goudzand Nahar/ Ati van der Kolk

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Abortusklinieken, een zorg van de Nederlandse samenleving?/ Houria Aichi, zangeres van de Aurès/ Ronald Snijders en Pamela Pinas ‘A song for Haïti'/ Universele thema's in nabije taal

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Abortus Klinieken

Abortusklinieken, een zorg van de Nederlandse samenleving?

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig gingen vrouwen de straat op, met de leus 'Baas in eigen buik'. Zij eisten het recht op abortus, maar vonden, volgens sommige betrokkenen uit die tijd, bij de gynaecologen daarvoor geen gehoor. Dat is er de oorzaak van dat hulpverlening bij abortussen voornamelijk buiten de ziekenhuizen in speciale abortusklinieken tot ontwikkeling kwam. Daar konden ongewenst zwangeren in afzondering door een daartoe opgeleid team van artsen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers en psychologen worden geholpen. Inmiddels telt Nederland 17 abortusklinieken. Twee daarvan, beide in Amsterdam, de Oosterparkkliniek en de abortuskliniek MR 70, worden in hun voortbestaan bedreigd vanwege financiële problemen. Zouden ze daadwerkelijk worden opgeheven, dan zijn ongewenst zwangeren in Amsterdam weer aangewezen op hulp binnen een ziekenhuis. In hoeverre zou deze ontwikkeling anno 2010 een probleem zijn? 
Abortusarts Florian Willems van de Oosterparkkliniek, Krinka Bauer, voorzitter van de Stichting Samenwerkende Abortus Klinieken (StiSAN), Jamilla en Nienke , twee vrouwen die een abortus hebben ondergaan in Amsterdam, beantwoorden hieronder deze vraag.

Abortusarts Florian Willems: Hopelijk is er geen sprake van een trend

'Abortusklinieken worden gesubsidieerd met gelden uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Dat heeft een voordeel. Iedere ingezetene in Nederland, ook vrouwen zonder een ziektekostenverzekering, kunnen anoniem geholpen worden. De AWBZ betaalt de abortus. Maar gesubsidieerd worden, heeft ook een nadeel. Je wordt als kliniek op het aantal abortussen afgerekend en je mag geen winst maken. Zit je eenmaal in de rode cijfers dan is het moeilijk om daar weer uit te komen. Je wordt namelijk weer gekort op de subsidie als je inkomsten genereert, bijvoorbeeld door hulp aan buitenlandse vrouwen. Zo bouw je dus nooit een buffer op. 
De Oosterparkkliniek, waar ik abortusarts ben, kwam in zwaar weer nadat het personeel zelf een misstand aanzwengelde bij de subsidieverstrekker, namelijk het hoge salaris van de inmiddels afgezette directeur. Hoewel er een nieuw bestuur is aangesteld en ook een nieuwe directeur, is het voortbestaan van de kliniek op dit moment niet meer gegarandeerd. 
Het zou mijns inziens een verkeerde ontwikkeling zijn als abortusklinieken worden gesloten en vrouwen weer naar een ziekenhuis worden verwezen. De afgelopen veertig jaar is er in Nederland, juist door de oprichting van de klinieken, een enorme kennis opgebouwd rond het verrichten van abortussen. In de Scandinavische landen bijvoorbeeld krijgen vrouwen vaak de abortuspil, wat bij een vroege abortus geen bezwaar is maar bij een late wel, vanwege de heftige pijnen en groot bloedverlies die er dan optreedt. Een zuigcurettage is dan meer op z´n plaats, een mogelijkheid waar vrouwen in Nederland altijd voor kunnen kiezen. De kwaliteit van de abortushulpverlening in ons land is al langere tijd erg hoog. Dat kun je onder meer zien aan het geringe aantal complicaties. 
Belangrijk is verder dat abortusklinieken juist zijn bepleit om vrouwen de voor hen ingrijpende behandeling in een veilige, anonieme sfeer te laten ondergaan. In ziekenhuizen is het creëren van deze sfeer niet haalbaar. Ongewenst zwangere vrouwen zullen geconfronteerd worden met vrouwen die zitten te stralen om hun zwangerschap. 
Het afbreken van een zwangerschap wordt nog in zekere mate afgewezen door de maatschappij. Dat is al lastig genoeg voor de vrouwen die deze ingreep ondergaan. Gun ze daarom de anonieme, gespecialiseerde hulp van een abortuskliniek.'

Krinka Bauer: De anonimiteit van de patiënt moet ook in een ziekenhuis gewaarborgd blijven

'Beide Amsterdamse abortusklinieken die in hun voortbestaan worden bedreigd, zijn lid van de StiSAN, de Stichting van Samenwerkende Abortus Klinieken Nederland waar 10 van de 17 abortusklinieken bij zijn aangesloten. Ik ben voorzitter van de StiSAN. 
In Nederland worden er jaarlijks 33.000 abortussen uitgevoerd waarvan 95 % in abortusklinieken. Het aantal abortussen in Amsterdam ligt op 6000. Faciliteiten zijn dus ook in deze stad noodzakelijk. 
Het liefst had ik gezien dat de Amsterdamse klinieken waren gefuseerd en in een nieuwe stichting waren ondergebracht op een nieuwe locatie in de stad. Zo hadden de klinieken de perikelen uit het verleden achter zich kunnen laten en weer op een gezonde manier verder kunnen gaan. Nu er sprake is dat MR 70 opgeheven zal gaan worden, heeft het Slotervaart Ziekenhuis in Amsterdam - West het plan deze patiënten voortaan te zullen gaan behandelen.
Zelf ben ik niet principieel tegen het onderbrengen van een abortuskliniek in een ziekenhuislocatie, mits de kliniek haar zelfstandigheid behoudt, dus haar eigen protocollen mag hebben en ook eigen ruimte bezit. Er mag geen enkele inmenging vanuit een ziekenhuis zijn. Het moet alleen gaan om het verhuren van vierkante meters. Zo´n operatie kan dan kostenbesparend werken. Gynaecologen, zo wijst de praktijk uit, zitten er meestal niet op te wachten om abortussen te verrichten. Vaak verwijzen zij patiënten die ongewenst zwanger zijn door naar gespecialiseerde klinieken.
Een abortuspoli in een ziekenhuis zal daarom, net als bij de zelfstandig gevestigde abortusklinieken, goed opgeleide en geregistreerde abortusartsen en ander gespecialiseerd personeel in dienst moeten hebben. Hiernaast moeten zij de anonimiteit van hun patiënten waarborgen. Vrouwen die een abortus hebben ondergaan moeten dus niet naast andere vrouwen komen te liggen.'

Jamilla: Je kunt de confrontatie niet vermijden

Ik was eerstejaars studente geneeskunde toen ik ongewenst zwanger bleek te zijn. Dat was in 1971, een tijd waarin het allemaal nog slecht was geregeld. Mijn vriend die ook geneeskunde studeerde, wilde het kind zeker niet en ook ik wist niet hoe ik een kind zou moeten combineren met de studie. We waren beiden ambitieus. Daarnaast had mijn vriend nog een geliefde zitten in het buitenland. De situatie was dus gecompliceerd.
Maar een abortus kreeg je toen niet gemakkelijk. Ik moest voor een commissie verschijnen. Eerst hadden mijn vriend en ik een gesprek met een gynaecoloog die ons op een vaderlijke toon wees op de plicht niet alleen te willen zorgen voor het welzijn van anderen maar ook voor die van ons zelf. Het volgende gesprek, met een maatschappelijk werkster, was onaangenaam. Zij vroeg of ik er over wilde denken de zwangerschap uit te dragen om het kind daarna af te staan. Er waren, zei ze, een heleboel mensen die graag een kind wilden adopteren. Daar ben ik niet op ingegaan maar ik vond het wel een zeer confronterend gesprek. Vervolgens moest ik ook nog naar een psychiater. Gelukkig had zij zich op het standpunt gesteld dat de vrouw besliste; zij was erg meelevend en de abortus werd toegestaan.
Een abortus ondergaan in die tijd hield een ziekenhuisopname in van drie dagen. Wanneer ik kon worden geholpen, zou het ziekenhuis me laten weten. Tegen onze afspraak in belden ze naar huis en zo kwam mijn moeder, voor wie ik de abortus geheim wilde houden, er toch achter. Zoals het meestal het geval is in Surinaamse gezinnen, wordt ook een niet geplande zwangerschap vaak toch weer geaccepteerd. Mijn moeder vond dat ik het kind maar moest houden en dat zij en mijn oma wel een helpende hand zouden bieden. Mijn vriend en ik hebben de abortus toch doorgezet.
Ik kwam in het ziekenhuis te liggen naast een leeftijdsgenote die vanwege een ziekte onvruchtbaar dreigde te worden terwijl ik abortus liet plegen. Daar hebben we het over gehad en we vonden het beiden wrang.
De confrontatie met zwangeren of jonge moeders in het ziekenhuis deed me verder niet zoveel. Na de abortus kwam ik wel eens iemand tegen met een kinderwagen. Dan vroeg ik me wel eens af hoe het bij mij zou zijn geweest als ik niet had gekozen voor een abortus. Er was wel eens een stemmetje dat zei 'je vindt kinderen echt wel leuk en je hebt er net 1 weg laten halen.' Meer last heb ik er verder niet van gehad.
Gelukkig hoef je nu, als je ongewenst zwanger bent, niet meer voor een commissie te verschijnen. Wel heb je nog de vijf dagen bedenktijd.
Zelf zie ik er, ook als arts, geen bezwaar in dat een abortuskliniek ondergebracht wordt in een ziekenhuis als dat kostenbesparend werkt. Temeer daar beloofd is zoveel mogelijk de sfeer van de abortusklinieken te handhaven. De confrontatie met vrouwen die wel gewenst zwanger zijn kun je de ongewenst zwangeren toch niet besparen. Dat gebeurt ook als ze al thuis de deur uitstappen.'

Nienke: De kleinschaligheid van een abortuskliniek is prettig

'Drie jaar geleden, ik was al 45 jaar, merkte ik dat er iets niet pluis was. Mijn lichaam voelde raar en ik werd misselijk toen ik in de rij stond bij een kassa. Ik had geen voorbehoedsmiddelen gebruikt in de eerste week direct na de laatste menstruatie omdat ik dacht dat dat wel kon. Maar zo'n zelfhelptest van de drogisterij wees uit dat ik zwanger was. Ik wist meteen dat ik een abortus wilde. Ons gezin was met twee kinderen compleet.
Ik werd door de huisarts doorverwezen naar de abortuskliniek MR 70. Die ligt op een plek waar weinig mensen komen en dat is wel zo prettig. Verder gaf het me een veilig gevoel dat je weet dat iedereen daar voor hetzelfde komt. Er zaten blanke Nederlandse vrouwen, maar ook Nederlandse vrouwen van Surinaamse en Afrikaanse afkomst, hoog en laag opgeleiden, jonge en oudere vrouwen. De kleinschaligheid en het feit dat je je niet groot hoefde te houden, vond ik fijn. Over een abortus praat je niet gemakkelijk. In een ziekenhuis kom je wellicht iemand tegen die je kent en dan moet je maar gaan liegen over de reden waarom je daar rondloopt. De kans dat de andere merkt dat je niet de waarheid spreekt, is groot.
De dag van de behandeling had ik eerst een gesprek met een psycholoog over mijn motivatie en over het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Daarna kreeg ik een echo. Ik bleek nota bene zwanger van een tweeling. Toen dat achter de rug was vond de abortus plaats.
In de uitrustkamer waren er vrouwen die huilden maar dat gaf niet. Iedereen liet ze hun gang gaan. Ik vond dat ik ontzettend vriendelijk werd behandeld door het personeel en dat is op dat moment heel belangrijk. Hoewel ik niet religieus ben, merkte ik namelijk dat bepaalde ideeën die in de maatschappij leven, een rol speelden in mijn hoofd: dat je een soort van moord pleegt door te kiezen voor een abortus, maar ook dat je de vrucht laat weghalen terwijl er mensen zijn die heel veel moeite doen om een kind te krijgen.
Een abortus is ingrijpend. Ik wilde dat het zo gauw mogelijk achter de rug was, toen ik eenmaal de beslissing had genomen. Maar eerst heb je, na een gesprek met de huisarts, nog een bedenktijd van 5 dagen voordat je naar een kliniek mag voor een behandeling. Die bedenktijd zou, wat mij betreft, best achterwege mogen worden gelaten.'

Opgetekend door Henna Goudzand Nahar


Om redenen van privacy zijn de namen gefingeerd.

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Houria


Houria Aichi, zangeres van de Aurès

De laatste keer dat ik Houria zag en hoorde, is al weer ruim een jaar geleden: bij haar thuis in Créteil, ten zuiden van Parijs, waar wij de bekroning vierden van haar laatste CD 'Cavaliers de l'Aurès' (Ruiters van de Aurès), die de prestigieuze prijs van de Académie Charles Cros had gekregen. Fransen en Noord-Afrikanen aten couscous en dronken champagne. Houria zong 'Le cavalier, le cheval et la dame' voor ons. De klanken van de Maghreb in een Parijse banlieue.

In Nederland zullen weinig mensen weten waar de Aurès ligt, deze ruige, bergachtige streek in het Oosten van Algerije, waar de Chaouia's wonen, een Berberstam.
Daar, in Batna, de vijfde grote stad van Algerije, is Houria geboren. Daar kwam ze als vanzelfsprekend in contact met de 'Azriates', vrouwelijke troubadours en hoedsters van de eeuwenoude traditie van een bijzondere zangtechniek, sterke en vrije vrouwen. Haar grootmoeder was daar een van.
Houria zingt nu zelf in deze traditie: met haar prachtige, gutturale stem verwoordt ze de oude thema's in het Arabisch of Chaoui en is ze een van de belangrijkste culturele vertegenwoordigsters van die streek geworden.
Daarnaast gaat ze vanuit deze traditie confrontaties aan met andere muzikale culturen en instrumenten. Hieruit is een samenwerking ontstaan met musici van het conservatorium van Straatsburg, die resulteerde in bovengenoemde, aangrijpende CD.

Voor publiek zingt Houria sinds 1989 . Ik herinner me nog de concerten waarbij ze vergezeld werd door de Kabbylische fluitist Saïd Nissia en zichzelf begeleidde op de bendir, een traditioneel percussieinstrument. De CD's  'Chants de l'Aurès'  en 'Hawa' hebben deze optredens vastgelegd. In 2001 kwam 'Chants sacrés d'Algérie' uit, liederen die een Islam van verzoening en vrede vieren.
Kunt u zich trouwens de openingsmuziek herinneren van 'The Sheltering Sky'? Dat was de stem van Houria Aichi. Voor Bernardo Bertolucci was haar stem de beste introductie voor zijn film.
RASA heeft Houria nu weer uitgenodigd naar Nederland te komen. Ze zal zingen in Utrecht  en in Amsterdam. Net als vroeger zal ze zichzelf weer begeleiden op de bendir.
Ik kijk ernaar uit.

 

Zondag 28 februari, 15 uur,  Rasa, Pauwstraat 13A, Utrecht
Maandag 1 maart, 20 uur 15, Kleine Zaal van het Concertgebouw, Amsterdam

Tekst: Ati van der Kolk

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Snijders

Ronald Snijders en Pamela Pinas A song for Haïti’

Wat doet een kunstenaar als er zich een catastrofe voltrekt, die hem niet onberoerd laat? Componist/muzikant Ronald Snijders besloot dat hij niet lijdzaam kon blijven toekijken en schreef een dag na de ramp A song for Haïti’, een lied waarvoor hij zelf de gitaar, keyboard, drum en fluitpartij speelt en dat gezongen wordt door Pamela Pinas. Zangeres en componist/muzikant namen het lied op en plaatsten het op You Tube.

Ronald Snijders staat als componist vooral bekend om zijn ritmische wisselingen, mooie harmonieën en sterke melodielijnen, die altijd feestelijk klinken en dansbaar zijn. Met ‘A song for Haïti’, waarvan de liedtekst omschreven kan worden als een niet – poëtische, directe uiting van solidariteit, laat Ronald Snijders zich van een andere kant horen. De sobere akkoorden waarvoor hij hier kiest, vormen een stabiele ondergrond voor de prachtige stem van zangeres Pamela Pinas. Dit, in combinatie met een melodie die doordrenkt is van medeleven, maken van ‘A song for Haïti’ een echte ‘live aid’ song, die moeiteloos meekan in het rijtje van de producties die de afgelopen decennia tijdens rampen door verschillende wereldsterren zijn geïnitieerd.

YOU TUBE LINK:

http://www.youtube.com/watch?v=dKrTBu8au3E

 

Tekst: Robin Austen

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Geert Koefoed

 

Geert Koefoed: Universele thema's in nabije taal

Tot ook ik verwaai
Peter Swanborn
Uitgeverij Podium, Amsterdam, 2009
52 blz.

Op de achterzijde wordt de gedichtenbundel van Peter Swanborn als volgt omschreven: 'Tot ook ik verwaai is een elegie over een moeder. Peter Swanborn (1963) geeft in 37 gedichten een indringend beeld van wat dementie met een mens en zijn omgeving doet. 'Tot ook ik verwaai is geen verzameling losse gedichten, maar een reeks die chronologisch de laatste fasen van het leven van een moeder beschrijft: een verslag in momenten. Er zijn drie afdelingen:  in deel I is de moeder nog thuis, in deel II is zij opgenomen in een zorgcentrum, in deel III is het wachten op het einde.

 

Het is moeilijk iets te zeggen over poëzie die zó mooi is en zó voor zichzelf spreekt. Sinds ik het boek heb, blijf ik erin lezen. Alles is herkenbaar - al was de laatste periode van mijn moeder een heel andere dan die van Peters moeder. Herkenbaar is te zwak uitgedrukt: het is alsof nu voor mij voor het eerst onder woorden wordt gebracht wat ik destijds allemaal ervaren heb. De pijn, de angst, de boosheid, het mededogen en de machteloosheid tegenover de voortschrijdende ziekte, maar ook de momenten van dichtbijheid, intimiteit. De gedichten zijn rijmloos, maar de vorm is beheerst, op het strenge af; er zijn gedichten in strofen van twee regels, in terzinen, in kwatrijnen en een zestal sonnetten. En ook het woordgebruik is beheerst: er is geen onzuiver woord in deze poëzie, grote woorden ontbreken. Juist door deze beheersing en integriteit zijn deze gedichten zeldzaam intiem.

Voor veel mensen komt het moment dat er een ommekeer is in de relatie met hun vader of moeder. De ouder die jou verzorgd heeft, daar moet jij nu voor zorgen alsof het je kind is. Vasalis heeft erover geschreven: 'Had ik je maar als kind gekend, die nu mijn kind en moeder bent' (in De oude kustlijn, het gedicht dat begint met de regel: 'Is het vandaag of gisteren of gisteren, vraagt mijn moeder'). Ook in Tot ook ik verwaai komt deze ervaring  in een aantal gedichten tot uiting, het mooist en het indrukwekkendst in het gedicht 'Badkamer' - voor mij, vanaf het moment dat ik het las, een klassiek gedicht. Dat ik aan Vasalis moet denken is niet toevallig: de toon van de twee dichters is verschillend, maar beiden verwoorden universele thema's in zulke dichtbije, eenvoudige taal, dat er voor uitleggers van poëzie weinig eer aan te behalen is.

De gedichten in Tot ook ik verwaai zijn door en door persoonlijk, ze gaan over deze moeder en deze zoon, over hoe hij haar onttakeling ervaart.  Maar het is niet de 'ik' die centraal staat; dat is, bij alle ontzetting en verdriet, de liefde. De slotregel van het laatste gedicht luidt: 'Wie geeft, vergeet zijn eigen vraag.'

 

GERIATER

Uw moeder werkt niet mee.
Waarom doet ze zo dwars?
Ze hoeft alleen te zeggen
welke dag het is, haar naam.

Ik denk lul en ben trots
op haar verzet, haar weigering
verkleind te worden tot het kind
dat ze was en ongewild wordt.

Eenmaal thuis krimpt ze ineen,
roept vader, moeder, iemand.
Ik zeg niets, doe lampen uit,
trek gordijnen dicht.

 

 

BADKAMER
Bibberend, smekend, doe ik het goed zo?
Zij, naakt na tachtig jaar, in een warme wolk
water. Ik, vol ongemak, zoekend naar een
antwoord, een houding, een handdoek.

Doe ik het goed zo? Hou je maar vast
aan die beugels. Die hebben we niet voor niets.

Hier heb je zeep. Nee, dat mag je zelf doen.
Kan je best of wil je dat een zuster?

En ik denk aan de keren dat zij, vroeger,
mij moest wassen, de badzaal, de zinken
bak, de ruwe doek langs mijn natte benen.

En de schrik bij de eerste schaamharen,
nu moet je maar zelf. De ongrijpbare afstand
eindelijk verdwenen. Doe ik het goed zo?

Pijn

Ja meneer, zegt ze, ik weet niets meer.

Dat kan zijn, zeg ik. Je handen trillen,
je lippen zijn droog. Kom, eet nog wat.
Het is zout en zacht  en jij vindt het

heerlijk, dat zei je net, heerlijk.
Ze kijkt me aan zo blauw en leeg
dat ik me afvraag hoe het kan,

alles vergeten, alles, alleen de pijn.

Als een parasiet holt hij uit, raast
grijnzend langs de schedel, verteert
als brandend vuur, stormt omver en

probeer ik af te leiden, één hapje,
toe, het is nog warm, ik help je wel,
dan prevelt ze, als voor het eerst,

ja meneer, ik weet niets meer.

 

NACHT

Ze slaapt. De kamer stil en warm.
Ik denk aan vroeger, het goede dat was,
het moeilijke dat bleef, en weet niet goed

wie van wie een zegen wil. Ik wacht,
hoor lucht vertragen, meer uit dan in.
Wie geeft, vergeet zijn eigen vraag.

 


 

Syndicate content